Laatste wijziging van deze pagina: woensdag 11 juni 2008 om 07:34 uur

De Theorie – Hoofdstuk 3

Samenwerken met ouders

Elly Singer - Onderzoeker UvA en UU, projectleider Nederlands Curriculum
Loes Kleerekoper - Pedagoog SKN, projectmedewerker Nederlands Curriculum

Werken in kinderopvang en peuterspeelzaal is per definitie samenwerken met ouders. De ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind en zij hebben en houden altijd de meeste invloed op hun kind. Ouders horen er onlosmakelijk bij, werken in kindercentra is werken met kinderen en hun ouders. Goed contact en regelmatig overleg tussen ouders en kindercentrum vormen de basis van goede kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Hierdoor kunnen ouders en pedagogisch medewerkers de verschillende leefwerelden van het kind 'verbinden'. Dit geeft het kind het gevoel van veiligheid dat nodig is als basis voor zijn verdere ontwikkeling.

De samenwerking tussen de ouders, de pedagogisch medewerkers en de kindercentrumorganisatie is veelzijdig. Ten aanzien van het kindercentrum vervullen ouders verschillende rollen:

Ophalen

Na een fijne dag op het kinderdagverblijf een enthousiaste sprong in mamma's armen.
Foto: Leidsters kinderdagverblijf De Vlinder - 137

In het curriculum ligt het accent op de rollen van ouders als partner in de opvoeding. De rol van ouder als klant komt aan de orde als deze relevant is voor de invulling van de rollen als partner in de opvoeding.

Ouder van een individueel kind

Opbouwen van een vertrouwensrelatie

Ouders vertrouwen het allerdierbaarste, hun kind, toe aan het kindercentrum. Soms hebben ze gemengde gevoelens als ze hun kind voor het eerst naar de kinderopvang brengen. Aan de ene kant is het een voorwaarde om te kunnen werken of studeren. Aan de andere kant vragen ouders zich af of het wel goed is dat ze hun kind door anderen laten verzorgen. Begrijpen de pedagogisch medewerkers wel wat dit kind nodig heeft, geven ze hem alle gewenste aandacht en de zorg, zal het kind het er wel prettig vinden, word je als ouder niet buitengesloten? Soms wordt de twijfel versterkt door de omgeving, zoals eigen ouders of buren. De pedagogisch medewerkers hebben begrip en aandacht voor deze gevoelens van ouders.

Wennen

Tijdens de eerste weken dat kind en ouders het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal bezoeken (de wenperiode) wordt de basis gelegd voor wederzijds begrip tussen de ouders, het kind en de pedagogisch medewerkers. De ouders komen de eerste malen met het kind mee. Volgens afspraak wordt de aanwezigheid van de ouder op de groep afgebouwd en helpen de pedagogisch medewerkers bij het maken van afscheidrituelen voor ouder en kind. De medewerkers krijgen tijdens de wenperiode zicht op de gevoelens, ervaringen en wensen van deze ouders. Tegelijkertijd krijgen de ouders zicht op de manier waarop de pedagogisch medewerkers de kinderen op het dagverblijf of de speelzaal opvoeden. En het kind kan de ouder gebruiken als veilige basis om de nieuwe omgeving te verkennen.

Bij aanmelding krijgen de ouders schriftelijke en mondelinge informatie. Maar als ouders weinig ervaring hebben met kindercentra, kan het toch even duren voordat ze inzicht hebben in het dagelijkse gebeuren. De verschillen tussen de opvoeding thuis en in het kindercentrum zijn groot, en ouders zien dat voor de eerste keer. Pedagogisch medewerkers kunnen het begrip van de ouders vergroten door veel uit te leggen en te laten zien.

Zien en waarderen

Een dagelijks warm welkom blijft nodig, ook als kinderen en ouders al langere tijd naar het kindercentrum komen. De ouders die merken dat hun kind gezien en gewaardeerd wordt, laten hun kind met een positief gevoel achter op het kindercentrum. Dit heeft een direct positief effect op het enthousiasme waarmee het kind zijn dag op het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal begint. Omgekeerd is het voor de medewerkers fijn als ze iets weten van de thuissituatie, als ze snappen waarom een kind bijvoorbeeld moe is of hangerig of opgewonden over een feestelijke gebeurtenis. Pedagogisch medewerkers en ouders zetten zich beiden ervoor in dat het goed gaat met het kind. Pedagogisch medewerkers zijn trots als ouders hen vertrouwen en waarderen. Ouders zijn blij als de medewerkers hen als ouders waarderen en zich positief uitlaten over hun kind.

Individuele contacten over het eigen kind

Voor ouders is het belangrijk om te weten en te volgen hoe het met hun kind gaat op het kindercentrum. Met de pedagogisch medewerkers hebben zij op verschillende manieren contact over hun eigen kind.

Praatje
Bij het brengen probeert de leidster met elke ouder even een praatje te maken.
Foto: Anna van Kooij (via bureau Mutant) - 138
Brengen en halen

Om de kinderen goed te begeleiden, heeft de groepsleiding dagelijks informatie nodig van de ouders. Informatie over eet-, drink- en slaapgedrag, maar ook over belevenissen van het kind. Ouders kunnen op hun beurt beter aansluiten bij de behoeftes van hun kind, als ze weten wat hij of zij die dag op het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal heeft meegemaakt en gedaan. Ouders vinden het heel belangrijk om te merken dat de pedagogisch medewerkers hun kind kennen en begrijpen.

Oudergesprekken

De dagelijkse gesprekjes tussen ouders en groepsleiding vormen de basis van het contact. Daarnaast is er af en toe tijd nodig om rustig met elkaar te kunnen praten, zonder andere kinderen en ouders in de buurt. Individuele gesprekken zijn bijvoorbeeld gewenst als pedagogisch medewerkers zich zorgen maken over een kind of niet goed raad weten met bepaald gedrag. In een vroeg stadium overleggen voorkomt spanningen. Oudergesprekken worden een stuk ingewikkelder als ze pas gevoerd worden als een probleem heel groot is geworden.

Veel kinderdagverblijven voeren een of enkele keren per jaar individuele oudergesprekken om specifiek te bespreken hoe het met de ontwikkeling en het welbevinden van ieder kind gaat. Deze gesprekken worden vaak gevoerd aan de hand van een observatieverslag dat de pedagogisch medewerkers van het kind hebben geschreven. Dergelijke gesprekken kunnen prettig en verhelderend zijn als aanvulling op de dagelijkse contacten en de tussentijdse gesprekken (Zie hoofdstuk 9 Observeren en planning).

Familiemuur

Praten over thuis bij de familiemuur
Foto: Anna van Kooij (via bureau Mutant) - 139
Wederzijds adviseren en informeren

In alle contacten tussen pedagogisch medewerkers en ouders is sprake van tweerichtingsverkeer. Medewerkers weten soms niet wat er met een kind aan de hand is of wat ze het beste kunnen doen. Dan zijn de ouders de aangewezen personen om advies aan te vragen. Hoe is het gedrag van het kind thuis? Hoe gaan de ouders daar mee om? Het komt ook voor dat de ouders de leidsters om advies vragen. Vaak wordt gezamenlijk naar oplossingen gezocht op basis van de ervaringen van zowel de ouders als van de leidsters.

Kinderen doen belangrijke ervaringen op in het kindercentrum en ze maken interessante ontwikkelingen mee. Jonge kinderen kunnen daar nog moeilijk over vertellen. Pedagogisch medewerkers vergemakkelijken gesprekjes tussen ouders en kinderen over wat ze hebben meegemaakt door foto's, presentaties, uitvoeringen, whiteboards, logboeken of video's. Ouders krijgen hierdoor ook meer zicht op de pedagogische invloed van het kindercentrum, en wat het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal daarmee voor hun kind betekent.

Afspraken

Tussen ouders en kindercentrum worden diverse afspraken gemaakt. Geregeld wordt bijvoorbeeld hoeveel dagen het kind gebracht wordt, hoe laat het gebracht en gehaald kan worden en hoe wordt gehandeld als het kind ziek is. Veel van deze afspraken zijn vastgelegd in het beleid van het kindercentrum en worden uitgewerkt in het contract dat de ouder met de organisatie sluit. Leidsters, kinderen en ouders hebben dagelijks te maken met de uitwerking van die afspraken waardoor eigenlijk een voortdurende afstemming plaatsvindt over bijvoorbeeld voeding, zindelijkheid, slaap- en eetritmes en de omgang met het kind.

Ouder van een kind in een bepaalde stamgroep

Verschillen tussen opvoeden thuis en in een groep.
Ouders Leidsters
Sterke emotionele band Warme persoonlijke relatie
Levenslang Kortdurend
Zorg voor enkele kinderen Zorg voor groep kinderen
Omgeving waarin ook volwassenen leven en werken Kindgerichte omgeving
Geen opleiding Professional
Vergelijkt kind met familieleden “Dat heeft ze van oma Trui” Vergelijkt kind met andere kinderen van dezelfde leeftijd: “Ze is voorlijk voor haar leeftijd”
140

Kinderdagverblijven proberen aan te sluiten bij de opvoeding door de ouders. Maar het opvoeden in groepsverband stelt specifieke eisen die verschillen van de opvoeding thuis. Om zich veilig te voelen in de groep moeten kinderen een band kunnen ontwikkelen met de leidster en de andere kinderen. En jonge kinderen hebben heel veel behoefte aan vaste patronen en rituelen, anders snappen ze de wereld niet. De uniciteit van elk kind wordt gerespecteerd, maar in een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal kan een kind niet altijd behandeld worden overeenkomstig de unieke wensen van zijn of haar ouders.

Rekening met elkaar houden

Pedagogisch medewerkers leggen aan ouders uit wat kan en niet kan bij het halen en brengen in verband met hun verantwoordelijkheid voor de kinderen. Bijvoorbeeld: Als een ouder even met een leidster praat en een kind heeft hulp nodig, dan gaat het kind voor en wordt het gesprek (even) verbroken. Of, als de groepsleiding met de kinderen in de kring zit om negen uur, dan is er slechts minimaal tijd voor het begroeten van de ouder en het kind. Pedagogisch medewerkers leggen uit dat deze omgangsregels nodig zijn voor het welzijn van de kinderen en om aan alle ouders aandacht te kunnen geven.

Vormen van contact over de groep

Ouderavonden en -voorlichting

Uitwisseling over wat er gebeurt in de groep vindt vooral informeel plaats. Tijdens brengen en halen zien ouders foto's en informatie over de activiteiten van die dag en belangrijke gebeurtenissen. Daarnaast zijn er video's, crèchekrantjes en informatiebrieven. De meeste kinderdagverblijven en peuterspeelzalen kennen ouderbijeenkomsten in de vorm van ouderavonden, koffieochtenden of werkbijeenkomsten. Hier kan uitwisseling plaats vinden over verschillende (pedagogische) onderwerpen waardoor ouders en medewerkers elkaar anders en beter leren kennen en dichter bij elkaar kunnen komen te staan. Het kindercentrum kan uitleg geven over het hoe en waarom van de dagelijkse werkwijze of gastsprekers uitnodigen die specifieke informatie komen geven. Vaak heeft de oudercommissie of ouderraad, al dan niet in samenwerking met een aantal medewerkers, een actieve rol bij het organiseren van dit soort avonden.Ouders kunnen van elkaar horen hoe zij tegen zaken aankijken en pedagogische onderwerpen kunnen van verschillende kanten worden belicht en bediscussieerd. Voor ouders is dit vaak ook hét moment om wat meer tijd en rust te hebben voor onderlinge contacten met andere ouders.

Feesten en uitstapjes

Het vieren van feesten en uitstapjes organiseren met kinderen en ouders is niet alleen leuk en leerzaam voor de kinderen. Samen iets beleven versterkt het gevoel van gezamenlijkheid en betrokkenheid. Ouders, groepsleiding en kinderen zien elkaar in een andere setting en doen andere dingen: samen wandelend met een groepje kinderen ontstaan er andere gesprekken dan in de drukte van het brengen en halen in de groep. Ouders die niet gemakkelijk praten tijdens oudergesprekken of ouderavonden, kunnen heel betrokken blijken bij het bedenken en maken van de versieringen voor een feest.

Ouder die gebruik maakt van een bepaald kindercentrum of een bepaalde kinderopvangorganisatie

Meepraten en adviseren

Naast de verantwoordelijkheid voor hun eigen kind hebben ouders in de kinderopvang ook wettelijke rechten op beleidsniveau die zijn vastgelegd in de Wet op de Kinderopvang. Voor de betrokkenheid tussen ouders en kinderdagverblijf is meepraten en -denken een goed instrument.

Ouders hebben adviesrecht op een aantal terreinen, waaronder het pedagogisch beleid. Het organiseren van een oudercommissie is een wettelijke verplichting voor organisaties voor kinderopvang. Het blijkt niet altijd gemakkelijk om ouders te vinden die daarin zitting willen nemen. Ouders die werk en opvoeding combineren, hebben het vaak erg druk. En misschien zijn beleidszaken te ver verwijderd van het primaire belang van ouders, namelijk dat het goed gaat met hun eigen kind. Toch is die specifieke inbreng van ouders heel belangrijk om tot een goed pedagogisch beleid te komen. Kinderdagverblijven die de oudercommissie betrekken bij alle keuzes en veranderingen, ervaren dit vaak als een verrijking van hun werk.

Klachtenregeling

Meestal bespreken ouders hun vragen en opmerkingen als eerste met de groepsleiding. Pedagogisch medewerkers reageren alert op alle signalen van zorg of onvrede bij ouders. Opmerkingen over de gang van zaken worden niet opgevat als persoonlijke kritiek. Vanuit hun beroepshouding geven pedagogisch medewerkers alle aandacht aan het wegnemen van die zorg. Maar soms komen zij er samen niet uit en wordt de leidinggevende van het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaalorganisatie erbij betrokken. In het uiterste geval kan er sprake zijn van een officiële klacht bij de directie of een interne of externe klachtencommissie. Iedere kinderopvangorganisatie heeft een formeel reglement voor de afhandeling van klachten van ouders.

Protocol kindermishandeling

Als pedagogisch medewerkers zich zorgen maken over een kind, bespreken ze die zorgen met de ouders. Vanuit het kindercentrum worden geen deskundigen van buiten ingeschakeld als de ouders daar niet mee instemmen. Zij blijven immers de verantwoordelijken voor hun kind. Wel proberen de pedagogisch medewerkers en/of de leidinggevende door middel van gesprekken de ouders ervan te overtuigen dat het betrekken van deskundigen in het belang kan zijn van hun kind.

Als er een duidelijk vermoeden is van kindermishandeling, en de ouders zijn hierop niet aanspreekbaar, dan moet het kindercentrum in het belang van het kind de ouders passeren en deskundige hulp inschakelen. Elk kinderdagverblijf hanteert daarvoor een protocol waarin duidelijk is aangegeven welke stappen door wie gezet moeten worden.

Ouder die behoort tot een doelgroep met specifieke behoeften

Deze rol van ouders hangt samen met de sociaal-maatschappelijke functie die kindercentra kunnen vervullen. Hierbij gaat het om het specifieke beleid van de kindercentrumorganisatie en overheden om ouders te steunen bij hun participatie in de buurt, bij opvoedingsvragen, inburgering, wegwerken van onderwijsachterstanden van de kinderen, vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsproblemen. Vaak wordt dit beleid gemaakt in samenwerking met een Brede School, buurtinitiatieven of de jeugdgezondheidszorg. Het betreft veelal nieuwe beleidsontwikkelingen. 

Omgaan met diversiteit

Kenmerkend voor een kindercentrum is de enorme diversiteit van kinderen, ouders én medewerkers. Diversiteit in godsdienst, persoonlijke leefomstandigheden, cultuur, karakter etc. Dit heeft directe gevolgen voor de manier waarop je als ouders en groepsleiding met elkaar omgaat en met deze verscheidenheid rekening probeert te houden.

Verschillen in waarden en normen

De gezinnen waar kinderen uit komen, kunnen sterk verschillen. Kinderen doen andere ervaringen op in een geïsoleerd gezin dan in een grote familie die veel bijeen komt. Ook de taal waarin kinderen worden opgevoed, de culturele en religieuze gebruiken, de woonsituatie en de opleiding van de ouders hebben invloed op het leven van kinderen. Voor alle kinderen en hun ouders is het van groot belang, dat de pedagogisch medewerkers open staan voor hun leefwereld. Zij beschikken over de openheid en de communicatievaardigheden om alle ouders te bereiken. Kinderen gaan zich veilig voelen in het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal als ze merken dat hun ouders ook worden gewaardeerd en serieus genomen.

Omgang met ouders
Respectvol omgaan met alle ouders betekent soms: iets uitleggen met handen en voeten.
Foto: Anna van Kooij (via bureau Mutant) - 141
Tweetaligheid

Kinderen uit niet-Nederlandstalige gezinnen krijgen op het dagverblijf of de speelzaal de kans Nederlands te leren. Op jonge leeftijd pakken de meeste kinderen een tweede taal snel op, als ze in een rijke taalomgeving verkeren.

Het is belangrijk om respectvol en positief met de thuistaal van het kind en de ouders om te gaan. De leidsters laten aan de ouders merken dat hun eigen taal gewaardeerd wordt en dat het leren van een tweede taal voor het kind een verrijking betekent.

Profilering van kindercentra

Ouders verschillen in de waardering van pedagogische doelen. Ze kunnen vriendschap tussen kinderen heel belangrijk vinden of vooral gericht zijn op de ontwikkeling van de creativiteit. Ze kunnen ook kiezen voor een bepaalde opvoedingsfilosofie of -methode, zoals van Rudolf Steiner, Emmi Pikler of Freinet. Daarom is het belangrijk dat het kindercentrum in haar pedagogisch beleid duidelijk communiceert waar zij voor staat.

Steun bij vragen over opvoeding

Een kindercentrum is voor veel ouders een voorziening met een lage drempel, waar ze wel willen praten over hun vragen ten aanzien van de kinderen, de opvoeding en aanverwante zaken, zoals het leren van de Nederlandse taal. Kinderdagverblijven en peuterspeelzalen kunnen dit ondersteunen door letterlijk en figuurlijk ruimte te bieden aan ouders om samen te kunnen praten. Vaak komen ouders met hun vragen of zorgen bij de medewerkers en kan het prettig zijn dat je met anderen je zorgen kunt delen over kleine opvoedingsproblemen zoals het eten, spelen en slapen van het kind en omgaan met conflicten. Door met elkaar te praten over hoe het thuis gaat en op het kindercentrum, ontstaat een laagdrempelige vorm van 'samen opvoeden'. Zo kan het kindercentrum een meerwaarde hebben voor de thuisopvoeding. Het is in de regel niet de taak van de groepsleiding om ouders met grotere problemen te adviseren en te ondersteunen. Wel zijn leidsters op de hoogte van de vormen van hulp zodat zij kunnen doorverwijzen (opvoedsteunpunt, taalcursus). Kindercentra die nadrukkelijk gericht zijn op voorschoolse educatie (VVE-projecten) of die projecten uitvoeren die gericht zijn op het integreren van kinderen met een beperking of een gedragsprobleem, kennen vaak extra mogelijkheden voor het ondersteunen van ouders.

Klant of consument die een contract aangaat met een organisatie voor kinderopvang

In kindercentra staat het kind centraal. Maar dat neemt niet weg dat ouders ook belangen hebben van niet-pedagogische aard. De meeste ouders die gebruik maken van een kinderdagverblijf, doen dat vanwege werk of studie. Om die redenen komt de overheid de ouders ook tegemoet in de kosten van kinderopvang. Ouders denken vanuit het perspectief van de gezinsorganisatie. Ze zoeken opvanghulp en steun bij het dagverblijf in het organiseren van de combinatie werk en kinderen.

Overzicht ouderparticipatie Jan Peeters
  Kindbetrokkenheid Opvang betrokkenheid Beleid betrokkenheid
Meeleven Ouders begrijpen
Ouders respecteren
Informatie-uitwisseling
Afspraken
Informatie over beleidsmatige aspecten
Meedoen Ouders kunnen aanwezig zijn Ouders kunnen meedoen met de activiteiten Ouders kunnen meedenken over beleidszaken
Meedenken Ouders formuleren wensen i.v.m. hun kind Ouders formuleren wensen t.o.v. opvang Ouders formuleren wensen over beleid
Meebeslissen Ouders kunnen meebeslissen over zaken die hun kind aangaan Ouders kunnen meebeslissen over pedagogische, organisatorische en praktische zaken Ouders kunnen meebeslissen over beleidsmatige aspecten
Bron: Cursusmateriaal BOinK voor oudercommissies,
gebaseerd op de ideeën van Jan Peeters
142
U kunt ook het complete curriculum in één keer downloaden van deze pagina.
Wilt u reageren op deze tekst? Kom naar het discussieforum.
Wilt u op de hoogte gehouden worden van belangrijke aanpassingen in de tekst? Schrijf dan in voor de email nieuwsbrief.

Terug naar het begin van deze pagina.



© 2008 Projectgroep Pedagogiek Kindercentra 0-4 jaar, Nederlands Curriculum, Elly Singer & Loes Kleerekoper.
Een initiatief van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang. De volledige tekst is beschikbaar op www.curriculumkinderopvang.nl
Versie: woensdag 8 februari 2012.