De Theorie
In dit deel van het curriculum wordt het theoretische kader geschetst. We beginnen met drie hoofdstukken over de uitgangssituatie: kenmerken van jonge kinderen waar leidsters hun pedagogiek op afstemmen en het samenwerken met ouders. Daarna handelt hoofdstuk 5 over de doelen en competenties. De hoofdstukken 6 t/m 10 gaan over de pedagogische middelen die leidsters hebben om de gewenste doelen te bereiken.
- 2.2.1: 2 - Veiligheid en welbevinden
- 2.2.2: 3 - Samenwerken met ouders
- 2.2.3: 4 - Ontwikkeling en leren van jonge kinderen
- 2.2.4: 5 - Pedagogische doelen en competenties van kinderen
- 2.2.5: 6 - Samenwerken in de groep
- 2.2.6: 7 - Structureren: indeling en inrichting van de ruimte
- 2.2.7: 8 - Structureren: dagritme en groepsindeling
- 2.2.8: 9 - Observeren en plannen
- 2.2.9: 10 - Communicatie tussen leidsters en kinderen