Laatste wijziging van deze pagina: zondag 8 juni 2008 om 15:47 uur

De Praktijk – Hoofdstuk 13

Verschonen, zindelijk worden en slapen

Aafke Huisman – Pedagoog

Verschonen

Foto: Aafke Huisman - 029

De kern

Jonge kinderen worden minstens drie keer per dag verschoond of begeleid bij het naar de WC gaan. Ze worden één tot drie keer te slapen gelegd. Bij elkaar opgeteld is een pedagogisch medewerker daar individueel per baby ongeveer twee uur per dag mee bezig. Bij de oudere kinderen is zij ongeveer twee uur per dag bezig met verzorgende activiteiten met de groep. Dit zijn belangrijke uren! Ze zijn bij uitstek geschikt voor het scheppen van emotionele veiligheid en geborgenheid. De kinderen krijgen individuele aandacht en worden aangeraakt, alleen op de commode of in een klein groepje bij de WC. Dit hoofdstuk gaat in de kern om veiligheid en welbevinden: om de kwaliteit van de vertrouwde relatie tussen kind en leidster; lustbeleving en ontwakend zelfbewustzijn. Daarnaast gaat het om het verwerven van zeer belangrijke vaardigheden die het zelfbesef van kinderen sterken: om zindelijk te worden en om eigen rust en slaap te leren reguleren.

Belangrijke ontwikkelingen van baby tot kleuter

Bij dit verzorg-leergebied maken de kinderen een ontwikkeling door van grote afhankelijkheid van de ouders en leidsters naar zelfredzaamheid.

Zelfredzaamheid

Zelf je gezicht schoonmaken. 
Foto: Aafke Huisman - 030

Zelfredzaamheid

Wanneer baby’s behoedzaam worden verzorgd, ondersteunt dit een positief bewustzijn van hun eigen lichaam. In de intieme relatie met de leidster leert het kind de woorden voor zijn lijf. Hij of zij heeft plezier in het meedoen. Nog later krijgt het aan- en uitkleden het karakter van samenwerken. Het kind leert oplossingen te vinden hoe hij of zij het beste zijn kleren aan kan trekken. Tot slot geeft het zelf kunnen aan- en uitkleden onder het belangstellende oog van de leidster een gevoel van triomf. Met 4 jaar kunnen kinderen veelal truien, broeken en jassen en schoenen aantrekken en uittrekken. De meeste kinderen hebben wel steun nodig bij knopen, strikken van veters en andere zaken die een fijne motoriek vereisen.

Reguleren van rust en slapen

In het begin ziet de leidster dat de baby toe is aan slapen. Op hun 4e weten veel kinderen zelf wanneer ze even moeten rusten voor ze verder spelen. Ook dit proces heeft alles te maken met zelfbewustzijn. Kinderen leren dat bepaalde onprettige gevoelens kunnen betekenen dat ze moe zijn en dat ze zich beter even in een hoekje kunnen terugtrekken. Voor het zover is interpreteert de leidster hun gedrag. Zij stemt met het kind af wanneer het naar bed gaat. Het kind leert zich vervolgens over te geven aan de slaap. Met hoe minder hulpmiddelen des te beter. Het is belangrijk dat een kind zijn eigen vermoeidheid leert herkennen en er adequaat op weet te reageren. Hij leert zichzelf te reguleren: afwisselend actief bezig zijn en rust nemen. 

Zindelijkheid

Zo leer je van elkaar wat je op de WC kunt doen.
Foto: Aafke Huisman - 031

Zindelijkheid

Baby’s zijn zich niet bewust van het moment waarop hun blaas zich leegt en wanneer ze aan het poepen zijn. Sommige kinderen zullen protesteren wanneer ze een vuile luier hebben, andere vinden het prettig. Langzamerhand worden ze zich bewust van die volle luier. Nog later kunnen ze het gevoel herkennen van spieren die actief worden bij het plassen en poepen. Daarna kunnen ze de aandrang herkennen. Ze weten dat ze naar de WC kunnen gaan. Wanneer een kind 4 jaar is kan het zich meestal zelf met papier schoonmaken: een hele klus! Ondertussen is ook het gevoel van privacy ontstaan.

Lustbeleving

Kinderen richten zich op hun hele lichaam als bron van lust of plezier. Baby’s leren zichzelf kennen door zichzelf aan te raken, naar hun handen te kijken en ze naar elkaar toe te brengen. Ze experimenteren en leren de bijbehorende gevoelens herkennen, waaronder ook seksuele gevoelens. Op hun 4e zijn kinderen zich bewust van plezier in eigen lijf. Jongens en meisjes spelen met hun plasser en spleetje en beleven lustgevoelens. Ze beseffen dat ze een jongen of meisje zijn en dat er bij de verschillende seksen andere rollen of kleding horen.

Kinderen genieten ook van huidcontact met anderen, vastgehouden worden en op schoot zitten. De meeste kinderen raken elkaar graag aan. Door deze aanrakingen leren ze zichzelf kennen en worden ze vertrouwd met anderen, bijvoorbeeld bij het doktertje spelen of tegen elkaar aan zitten bij het voorlezen. Dit leidt uiteindelijk tot respect voor het lichaam van anderen.

Zelfbewustzijn

Op al deze gebieden speelt de ontwikkeling van zelfbewustzijn een grote rol. Bewustwording dat je een apart persoon bent met eigen behoeftes. Bewustwording van aandrang om te plassen, poepen; bewustwording van eigen vermoeidheid; bewustwording van manieren om eigen lichamelijke behoeften te herkennen en te reguleren.

Zien en respecteren

De pedagogisch medewerker ruikt een volle luier bij Karel. Ze gaat in z’n gezichtsveld staan en benoemt waar Karel mee bezig is: “Hé Karel, je rijdt alle auto’s naar de garage.” Karel kijkt haar aan. “Ik ruik een vuile luier, ga even opstaan, dan ga ik kijken.” Een aandachtige en respectvolle verzorging van kinderen is een belangrijke taak van de pedagogisch medewerker met een groot effect op hun welbevinden.

032
Je bloot geven

Bij het verschonen geeft een kind zich letterlijk bloot. Het is aan de pedagogisch medewerker daar behoedzaam en respectvol mee om te gaan.

033
Een voortdurende dialoog

Gregory wordt verschoond door Esther.

Esther volgt Gregory’s blik en zegt: “Je kijkt naar Tim en Daan he. Ze stoppen Duplo in een tas. Kijk, nu ga ik je luier losmaken. Wil je het zelf doen?”

Zo hebben beiden om beurten de leiding. Esther ziet dat Gregory expres de verkeerde arm uitsteekt. Ze lacht en gaat mee in dit grapje van Gregory.

034

Aanraken-aantrekken

Broek laten zien, voetje aanraken, broek aantrekken.
Foto's: Aafke Huisman - 035

Veiligheid en welbevinden

Bij de verzorging gaat het om pedagogisch handelen dat emotionele veiligheid en welbevinden bevordert. De leidsters reageren sensitief en responsief op de kinderen. Het samen zijn tijdens het verschonen, aan- en uitkleden, enz. is een dialoog. De pedagogisch medewerker brengt wat in, het kind brengt wat in en samen zorgen ze dat de taak klaar komt èn dat ze plezier hebben!
Alle verzorgingsmomenten beginnen met de aandacht te vragen van het kind. De pedagogisch medewerker legt consequent uit wat ze van plan is te gaan doen. Ze vraagt of het kind wil meedoen. Ze kijkt en luistert naar de initiatieven van het kind en reageert daar op. Ze nodigt uit om mee te werken en uiteindelijk om samen te werken.
De leidster toont respect voor de autonomie van het kind. Ze erkent het unieke van elk kind en ze geeft ruimte aan de eigen initiatieven. Ze benoemt alle delen van zijn lichaam. Zo ondersteunt ze de wens van het kind zich zelf te leren kennen en zelfredzaam te worden.

Herkenbare herhalingen en rituelen

Herhalingen en rituelen zijn ook op dit verzorg-leergebied heel belangrijk voor de emotionele veiligheid. Door van te voren te vertellen wat er gaat gebeuren kan een kind zich er mentaal en fysiek op voorbereiden. Wanneer de volgorde van de handelingen van de pedagogisch medewerker steeds hetzelfde is wordt het verzorgen herkenbaar en daardoor voorspelbaar voor het kind. Zo ontstaat er structuur voor een kind.

Het kost de meeste kinderen tijd om waar te nemen en te begrijpen wat de pedagogisch medewerker doet en wat ze van hen vraagt. Daarom is het tempo waarin we verzorgen zo belangrijk. Het is van belang kinderen de tijd te gunnen onze handelingen en onze taal te begrijpen. Als de pedagogisch medewerker het kind uitnodigt om mee te werken geeft ze zichzelf de tijd te wachten op een reactie. Een paar seconden maakt alle verschil! Haar tempo past ze aan aan het tempo van het kind. Daar staat tegenover dat sommige peuters juist heel snel zijn en vlug geholpen willen worden omdat ze weer snel door willen gaan met hun spel. Voor het slapen gaan neemt de pedagogisch medewerker samen met het kind de tijd voor bedrituelen. Dit zijn waardevolle intieme momenten.

Staand beter zien

Staand kun je beter zien wat er met je gebeurt.
Foto: Aafke Huisman - 036

Leren en ontwikkelen

Vertrouwen en ontwakend zelfbesef

De lichamelijke beleving in relatie met anderen vormt waarschijnlijk de kern van het eerste besef van een zelf. Het gaat om lust- en onlustgevoelens. Om vertrouwen dat ouders en leidsters nare gevoelens – natte luier, pijn, honger – wegnemen. En om vertrouwen dat het kind zich veilig aan de ander kan overgeven en bloot geven. Binnen deze lichamelijke relatie leren kinderen zichzelf te reguleren. Ze worden zindelijk, leren hun eigen ritme van rust, slapen en activiteit kennen. Zelfbewustzijn en zelfregulering hangen nauw samen.

Alle aspecten van dit verzorg-leergebied zijn potentiële strijdterreinen: over slapen, over luiers gebruiken en in de broek poepen en plassen, het aanraken van eigen geslachtsorganen. Deze strijdpunten kunnen worden voorkomen door een goede combinatie van respect voor de autonomie van het kind en duidelijke grenzen stellen: ‘nu doen we even wat het kind graag doet, dan gaan we weer verder met de verzorgingstaak’. Bij alle handelingen wordt het kind actief betrokken tot het in staat is het zelf te doen.

Zindelijk door bewustwording.

Kinderen prijzen voor het plassen in de pot of op de WC suggereert dat kinderen ook kunnen falen. Het is daarom voldoende om te constateren dat kinderen op de pot of op de WC plassen en poepen. Het feit dat de pedagogisch medewerker erkent dat ze doen wat volwassenen ook doen is voldoende aanmoediging.

037

Zindelijk worden

De communicatie bij het zindelijk worden is gericht op het bewust worden van het gebruik van de spieren. De pedagogisch medewerker constateert dat een kind aan het poepen of plassen is door het te benoemen. Bij peuters benoemt ze de manier van bewegen die elke peuter laat zien voordat hij gaat plassen of poepen. Ze gebruikt daarvoor dezelfde woorden. Op deze manier leren kinderen hun eigen spierbewegingen herkennen. Ze kunnen ze er woorden aan geven. Gebruik maken van de neiging van kinderen om elkaar te imiteren is ook een goed pedagogisch middel.

Illustratie
Zelf je schone broek aantrekken met een beetje hulp.
Klik hier om een grotere afbeelding in een nieuw venster te openen
Illustratie: Simon Jongma
 
Zelf doen: aankleden

Leidsters proberen oog te hebben voor de pogingen van de kinderen om zelf actief te zijn het aankleden. Ze zoeken manieren te vinden waarop de kinderen zich zelf kunnen aan- en uitkleden. Bij baby’s begint het met het bewegen van een been of arm. Peuters willen een sok eerst zelf in hun hand hebben en op een voet leggen voor ze verder geholpen willen worden.

038

Zelfredzaamheid bij aan- en uitkleden

Kinderen leren zichzelf aan- en uitkleden door participerend leren. Eerst worden ze aan- en uitgekleed. Vanaf het begin nodigt de pedagogisch medewerker ze uit om mee te doen. Langzaam maar zeker doen ze dat. Bijvoorbeeld hun armpjes omhoog doen, zelf hun truitje naar beneden trekken, de plakstrips van de luier los trekken. In deze fase gaan ze zelf grapjes maken: ze geven juist de andere arm of doen hun arm vlug op de rug als je er om vraagt! Meespelen dus! Dan doen ze zelf het meeste en krijgen ze indien nodig hulp en aanwijzingen van de leidsters. Daarnaast speelt imitatie een grote rol. De kinderen willen hetzelfde kunnen als de andere kinderen.

Zelf reguleren slaap en rust

Om kinderen te leren toe te geven aan signalen van vermoeidheid is het goed die signalen voor ze te verwoorden en een passende actie met het kind te ondernemen. Zo leert het kind zijn eigen vermoeidheid herkennen en die adequaat te uiten. Het leert iets over zijn eigen gedrag en de consequenties daarvan. Bij het slapen gaan gebruikt de pedagogisch medewerker steeds dezelfde rituelen in woorden en handelingen om kinderen voor te bereiden op hun bed. Kinderen kunnen op den duur zelf rituelen gebruiken om zichzelf rustig te maken. Bijvoorbeeld op een vast plaatsje gaan liggen als ze even willen rusten tijdens het vrije spel. Hun knuffel of lapje pakken. Duimen en zuigen op een speen zijn klassiekers, maar niet altijd gewaardeerd door ouders en leidsters.

Lustbeleving en seksuele opvoeding

De pedagogisch medewerker gaat behoedzaam om met de geslachtsdelen van de kinderen.

Ze geeft technische en emotionele informatie aan kinderen die met hun lichaam bezig zijn.

Ze merkt op wanneer kinderen lustgevoelens ervaren en ze respecteert dat.

Wanneer kinderen elkaar aanraken leert ze hen de behoefte aan privacy van een ander op te merken en te respecteren.

Ze leert ze ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen wanneer ze door een ander worden aangeraakt.

040

Lustbeleving

De pedagogisch medewerker ondersteunt de kennis van het eigen lichaam door woorden te geven aan de geslachtsdelen en aan de gevoelens die ze bij de kinderen ziet. Ze benoemt het verschil tussen jongens en meisjes wanneer ze merkt dat kinderen daar aandacht voor hebben. Ze geeft antwoord op vragen van kinderen. Ze benoemt wat kinderen met elkaar doen en ze helpt kinderen met het stellen van grenzen aan elkaar. Ze biedt ruimte en ook grenzen voor seksueel getint gedrag. Ze bespreekt wat ‘fijn’ is en ‘niet-fijn’ en dat kinderen rekening moeten houden met wat andere kinderen willen. Ieder kind heeft recht op privé. Zelf heeft de leidster een voorbeeldfunctie in de overdracht van waarden op dit gebied.

Samenwerken met ouders

In principe geldt voor alle kinderen dat het eigen ritme van actief zijn en rusten wordt gevolgd. Ouders kunnen bij het wennen hun kind zelf verschonen en de pedagogisch medewerker kan toekijken en hun manier overnemen opdat het kind zo goed mogelijk went aan het kindercentrum. Op den duur is het voor het kind gewoon dat het thuis net iets anders is dan in de groep. Dan kan de pedagogisch medewerker het eigen beleid t.a.v. de manier van verzorgen toepassen.

Drie slaapgroepen.

“Ik verdeel mijn baby’s in drie groepen: de baby’s die 3 keer slapen; de baby’s die 2 keer slapen en de oudsten die 1 keer slapen. Rondom het slapen verdelen we [leidsters] de verzorgmomenten van de kinderen. We proberen per baby het eten geven en het verschonen achter elkaar aan te doen. Zo kunnen we ieder kind langer aandacht geven. Ook combineren we het verschonen met het naar bed brengen.”

041

Voor ouders is de plek waar hun kind slaapt van groot belang. Sommige ouders vinden het griezelig wanneer hun baby in een aparte ruimte slaapt, waar de pedagogisch medewerker hem niet steeds ziet. Voor die gevallen kan een wieg of een hoge box ingericht als bed een uitkomst zijn. Wanneer ouders vertrouwen hebben gekregen in de zorg van de pedagogisch medewerkers kan het kind langzaam gaan wennen aan slapen in de slaapkamer. Het is voor ouders en kind geruststellend wanneer het op dezelfde manier te slapen wordt gelegd als thuis. Dus vertelt de ouder over de slaaprituelen thuis en geeft eventueel een knuffel van het kind mee naar de groep.

Over zindelijk worden en seksualiteit kunnen ouders heel verschillende meningen hebben. Aan de pedagogisch medewerkers de taak deze ideeën te respecteren en er mee om te gaan. De manier waarop kinderen worden ondersteund bij het zindelijk worden, gebeurt altijd in overleg met de ouders. Dat neemt niet weg dat pedagogisch medewerkers ook een eigen beleid hebben. Als ouders willen beginnen met zindelijk worden, terwijl het kind er volgens de pedagogisch medewerkers niet aan toe is, zullen zij niet meegaan met de ouders. De pedagogisch medewerkers zullen dan hun beleid met de achterliggende motivatie aan de ouders vertellen. Het is aan de ouders om zich daar in de thuissituatie wel of niet door te laten beïnvloeden. Wanneer kinderen in de groep verschillend worden benaderd bij het zindelijk worden zullen ze dat over het algemeen accepteren.

Wanneer ouders wensen hebben over wel of niet bloot rondlopen geldt hetzelfde: respecteer hun ideeën en leg aan de kinderen uit dat “de moeder van ..... graag wil dat hij z’n broek aanhoudt in het zwembadje”. Naar aanleiding van de afspraken in het kindercentrum praten pedagogisch medewerkers met ouders over de seksualiteit van hun kinderen.

Observeren

Waar keek je naar?
Foto: Aafke Huisman - 042

Zalven

Eerst smeert Gerard de zalf er op, dan helpt Sara zelf met uitsmeren.
Foto: Aafke Huisman - 043

Observeren en plannen

Verschonen, aan- en uitkleden

Bij het verschonen en het aan- en uitkleden is het van belang de verschillende initiatieven van kinderen tijdens het verzorgen te herkennen. Voor het gevoel van veiligheid en gezien worden betekent het veel voor kinderen wanneer ze antwoord krijgen op kleine signalen. Bij grotere kinderen betekent het dat zij er toe doen; ze zijn belangrijk voor de pedagogisch medewerker met hun specifieke eigen initiatieven.
Wanneer de pedagogisch medewerker de verschillende manieren herkent waarop kinderen willen meedoen, kan ze adequaat reageren en alle pogingen benoemen en het kind er mee helpen.

Bij het aan- en uitkleden in een groep van twee à drie kinderen kan de pedagogisch medewerker observeren hoe kinderen elkaar imiteren en hoe ze de behoefte krijgen elkaar te helpen. Ze kan haar eigen ondersteuning daaraan aanpassen.

Rust en slapen

Kinderen die voldoende rusten kunnen vervolgens geconcentreerd en intensief spelen. Dat geeft rust in de groep. Het is daarom goed veel tijd te besteden aan het leren herkennen van de manier waarop elk kind afzonderlijk laat zien dat het aan rust toe is.

Zindelijk worden

Het belangrijkste bij zindelijk worden is observeren en constateren dat een kind aan het plassen of poepen is. Hoe vaker de pedagogisch medewerker dit ziet en constateert, des te eerder is een kind zich bewust van zijn lichaamsfuncties. Het doel is immers dat kinderen vrijwillig naar de WC gaan op het moment dat ze de aandrang voelen. De pedagogisch medewerker ondersteunt daarmee het kind in het leren herkennen van de aandrang.

Lustbeleving

De pedagogisch medewerker herkent en erkent de eigen seksualiteitsbeleving van elk kind. Soms benoemt ze het. Soms niet om het privé karakter ervan te respecteren. 

Signalen van kinderen zien en begrijpen: moe zijn

De pedagogisch medewerker reageert op vermoeidheidssignalen, ook wanneer dat op een ander tijdstip is dan anders. Een peuter die niet meer slaapt tussen de middag kan zelf aangeven dat hij vandaag wel wil slapen.

Ieder kind heeft eigen unieke signalen die aangeven dat het moe is. “Ik zie dat je aan je oor krabbelt, je bent moe. Ik ga je naar bed brengen”.

044

Kiekeboe

Mike neemt het initiatief om Kiekeboe te spelen.
Foto's: Aafke Huisman - 045

Plannen en dagritme

In de babygroep wordt de dag ingericht volgens de tijden dat de baby’s slapen.
In de peuter- en de verticale groep wordt de dag gepland naar aanleiding van de individuele ritmes van honger, dorst, spelen en slapen.

In de peutergroep verschonen de pedagogische medewerkers verspreid over de hele dag om elk kind echte aandacht te geven. De peuters die het vroegste komen zijn het eerste aan de beurt. Verder wordt elk kind zo mogelijk meteen verschoond zodra het naar poep ruikt.

Kinderen die zich zelf nagenoeg kunnen aan- en uitkleden worden in een groep van 2 à 3 kinderen begeleid. Elk kind kan zelf naar de WC gaan wanneer hij wil. Er is een vast moment van rust of slaap midden op de dag, beginnend met het kind dat het eerste moe is. Er is een plek in de groepsruimte waar kinderen die moe zijn zich kunnen terugtrekken op elk moment van de dag.

Meedenkgroep
Jitty Runia – Pedagoog Kwink
Nelly Janssen – Begeleider Gastouderopvang Hoofddorp
Saskia Bierman – Pedagoog Triodus
Channah Zwiep – Pedagogisch projectbureau Kind-enzo
Hedie Meyling – Emmi Piklerstichting Nederland

U kunt ook het complete curriculum in één keer downloaden van deze pagina.
Wilt u reageren op deze tekst? Kom naar het discussieforum.
Wilt u op de hoogte gehouden worden van belangrijke aanpassingen in de tekst? Schrijf dan in voor de email nieuwsbrief.

Terug naar het begin van deze pagina.



© 2008 Projectgroep Pedagogiek Kindercentra 0-4 jaar, Nederlands Curriculum, Elly Singer & Loes Kleerekoper.
Een initiatief van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang. De volledige tekst is beschikbaar op www.curriculumkinderopvang.nl
Versie: zaterdag 19 mei 2012.