Laatste wijziging van deze pagina: dinsdag 17 juni 2008 om 23:01 uur

De Praktijk – Hoofdstuk 14

Overgangsmomenten en dagritme

Tineke Linssen – Pedagoog Korein
Leonie Heutz – Pedagoog Humanitas kinderopvang

Liedje aan tafel

Foto: Ruben Keestra - 046

De kern

Het dagritme van een kindercentrum bestaat uit afwisseling van speel-leeractiviteiten en verzorging-leeractiviteiten zoals eten, drinken, handenwassen, of verschoond worden. Spontaan spel waarbij de pedagogisch medewerkers aansluiten bij de kinderen worden afgewisseld met activiteiten die door de pedagogisch medewerkers worden geïnitieerd.

In dit hoofdstuk gaat het over de overgangsmomenten en dagritme. Overgangsmomenten waarin wordt opgeruimd, kinderen verkleed of de tafel voor de lunch wordt klaargemaakt, zijn voor jonge kinderen een activiteit zoals alle andere activiteiten. Door het dagritme zorgen de pedagogisch medewerkers dat wordt aangesloten bij de behoeften en bioritmen van de individuele kinderen en de groep.

In de kern gaat dit verzorg-leergebied over: respect voor de autonomie van het kind; het zien en benutten van natuurlijke leermomenten, leiding geven en reguleren van het gedrag van de kinderen.

Belangrijke ontwikkelingen van baby tot kleuter

Kinderen zelf maken nog weinig onderscheid in de volwassen keuze tussen soorten activiteiten en de bedoeling die de volwassene ermee heeft. Vanuit het perspectief van het kind is een overgangsmoment dus geen “verloren tijd”, maar een van de vele belevenissen op een dag. Het dagprogramma en de overgangen zijn bij een baby anders dan bij een kind van 3 jaar

Baby’s en dreumesen gaan nog helemaal op in het beleven van het “nu”; ze kennen nauwelijks een geordende structuur van tijd. Ze beleven omgeving en tijd als “geheel”. Overgangsmomenten zijn een natuurlijk onderdeel van deze beleving. Tot ongeveer het derde jaar is een vorm van geheugen werkzaam die verbonden is met handelingen met een persoon of een voorwerp of met een bepaalde plaats. Jonge kinderen hebben ‘script’ kennis. Als de pedagogisch medewerker de borden op tafel zet voor het eten, weten kinderen dat ze een poosje later aan tafel gaan. Het is een herkenning van “hoe het gaat”. Voor deze vorm van geheugen zijn regelmaat en herhaling heel belangrijk. Tijd en regelmaat zitten bij kinderen vaak in het lijf. Zodra een kind een patroon herkent, gaat het zich op haar of zijn gemak voelen. Verloopt het dagritme anders dan kan dit verwarring oproepen.
Maar dreumesen en baby’s verschillen ook qua omgaan met overgangen. Dreumesen hebben nieuw verworven vrijheid. Ze kunnen lopen en zich vrij bewegen door de ruimte. Daarmee zijn ze ook minder bereid om de leiding van de pedagogisch medewerkers te accepteren. Ze ontdekken hun eigen wil die ze in deze “nee-fase” juist tijdens de overgangsmomenten graag uitproberen.

Drinken

O, kijk, we gaan drinken!
Foto: Ruben Keestra - 047

Peuters beschikken in toenemende mate over cognitieve vaardigheden om de werkelijkheid te representeren met behulp van taal, symbolen en doen-alsof-spel. Ze begrijpen de weergave van het dagritme met behulp van foto’s of tekeningen, en kunnen er gebruik van maken om hun dag te begrijpen. Ze weten bijvoorbeeld: eerst de kring, dan spelen, dan lunch en dan komt mamma me ophalen. Hun handelen wordt ook doelgerichter. Twee-jarigen doen ook graag mee met de leidsters als er moet worden opgeruimd of de tafel gedekt. Maar 3-jarigen zijn daarin veel doelbewuster. Ze snappen wat de bedoeling is, worden minder snel afgeleid en zijn vaak ook heel trots als ze de leidsters mogen helpen. Met 3-jarigen is het ook gemakkelijker om te bespreken welk spel ze graag willen spelen, en om naderhand te evalueren hoe dat is gegaan.

Klapliedje

Klapliedje als einde tafelkring.
Foto: Leidsters Korein Kinderplein Messenmaker - 048

Veiligheid en welbevinden

Autonomie van het kind en het ritme van de groep

De kunst van het maken van een goede overgang is dat leidsters een verbinding maken tussen de spontane activiteiten en wensen van het kind enerzijds en het meedoen aan het groepsgebeuren en leiding accepteren aan de andere kant. De volgende thema’s spelen een rol bij het creëren van positieve overgangsmomenten:

  • Voorspelbare herhaling, rituelen en liedjes;
  • Kinderen een actieve rol geven;
  • Tijdig aankondigen en uitleggen;
  • Positief en actief taalgebruik;
  • Pictogrammen, labelen, foto’s;
  • ‘Wachten’ beperken;
  • ‘Geduldige’ pedagogisch medewerkers;
  • Ruimte voor initiatieven en het tempo van het kind;
  • Voorbereide omgeving; opruimen en speelklaar maken.

Fruit maken

Helpen bij het fruit klaarmaken.
Foto: Leidsters Korein Kinderplein Messenmaker - 049

Voorspelbare herhaling en een actieve rol voor kinderen

Voor een baby is het belangrijk dat de reacties van volwassenen voorspelbaar zijn en is het ook prettig als de omgeving voorspelbaar en bekend is. Dit betekent een vaste volgorde van verzorgingshandelingen en een vaste plek voor spullen en voor speelgoed. Dit betekent dat de pedagogisch medewerkers hun taken op elkaar afstemmen en baby’s intensief volgen en observeren, zodat ze kunnen inspelen op hun behoeftes. Vervolgens is het belangrijk om een overgang aan te kondigen, de reactie van de baby af te wachten, vervolgens mee te nemen en een stapje verder te gaan. Hierbij is het zaak om het tempo van de baby te volgen.

Ook voor peuters is het belangrijk om een overgang tijdig aan te kondigen. Ze kunnen steeds meer actief bij het overgangsmoment worden betrokken (helpen opruimen of klaarzetten) en rituelen gebruiken. Door in een peutergroep spullen en speelgoed een vaste plaats te geven kunnen kinderen veel zelf doen/pakken. Kinderen krijgen, passend bij hun leeftijd, een actieve rol in de zorg voor hun directe omgeving. Taken in relatie met de overgangsmomenten zijn bij voorbeeld mee tafel dekken, opruimen en gezellig maken van de groepsruimte. Kinderen leren zo verantwoordelijk te zijn voor hun omgeving en rekening te houden met de behoeftes van andere kinderen op de groep.

Structuur en ordening worden bij kinderen van buitenaf aangereikt. Het dagelijkse handelen vormt hierbij een herkenbaar ritmisch patroon (choreografie) waaruit ook vertrouwen en veiligheid worden opgebouwd. Aansluiten bij het tempo en behoeften van kinderen en je níet te veel laten bepalen door het ritme van volwassenen of organisatiebelangen ( rooster, de groepsbespreking) en de behoeftes (pauze, het moet netjes zijn), levert op dat kinderen als vanzelfsprekend meegaan in het natuurlijk patroon van het dagritme. Zo worden overgangsmomenten tot vaste herkenningspunten voor een kind.

Leren en ontwikkelen

Mond wassen
Jij mag je mond schoon gaan poetsen
Foto: Ruben Keestra - 050

Natuurlijke leermomenten

Juist tijdens overgangsmomenten liggen de ontwikkelingskansen voor jonge kinderen voor het oprapen. Op een speelse manier iets voordoen, instructies geven en kinderen leren hoe ze zelf hun jas aan kunnen doen. Door samen op te ruimen ervaren kinderen niet alleen het plezier van samen dingen doen, ze leren ook om rekening te houden met anderen (sociale en emotionele ontwikkeling).

Opruimlied

Opruimen, opruimen
help me nu maar vlug

Opruimen, opruimen
alles staat weer terug.

051

Participerend leren, imiteren, en ruimte voor autonomie

Leiding geven aan jonge kinderen bestaat voor een groot deel uit het goede voorbeeld geven en kinderen actief betrekken. Opruimen en overgaan naar een volgende activiteit lukt het beste als de leidsters dit samen met de kinderen doen. Als de leidsters opruimen en een liedje zingen doen de meeste jonge kinderen graag mee. De leidsters laten de kinderen participeren in hun activiteit en functioneren op het niveau dat ze aan kunnen. Het samen doen met de andere kinderen en imiteren werkt ook ondersteunend. Jonge kinderen hebben respect en tijd nodig voor hun ontdekkingen en ervaringen. Daarom werkt strenge discipline en groepsdruk niet. Als leidsters tegen het tempo van een kind ingaan, ontstaat er verzet. Maar als ze ruimte bieden, begrip tonen of humor gebruiken, willen de meeste kinderen spontaan helpen.

15.00 uur... yoghurt-tijd

Om de kinderen voor te bereiden dat het drinkmoment er aan komt, wanneer ze in hun spel zijn (binnen of buiten), vragen we aan de hand van een briefje wat ze zodadelijk zouden willen drinken (restaurant idee van een bestelling opnemen). Ze kunnen kiezen uit yoghurt of sap.

Op deze manier weten ze dat het bereid gáát worden. Ze gaan vaak even verder met hun spel, wetende dat ze het af moeten gaan sluiten. Ze verheugen zich op dat wat ze bij de ‘bestelling’ hebben gekozen en ronden als vanzelf hun eigen spel af om aan tafel te komen. Later wordt ook hun geheugen geprikkeld door de vraag wat ze ook alweer besteld hadden.

Voorbeeld van Korein kinderplein st. Adrianusstraat
052

Leren van cognitieve vaardigheden om te ordenen

Naar mate kinderen ouder worden verwerven ze meer cognitieve vaardigheden om de overgangsmomenten te begrijpen. De leidsters laten de 2-jarigen al de foto’s of pictogrammen zien die het dagritme weergeven. Maar met drie jaar beginnen de meeste kinderen deze symbolische voorstelling van het dagritme actief te gebruiken om hun dag te begrijpen.

Kinderen kunnen ook steeds beter vooruit kijken en evalueren. Om deze vaardigheid te ontwikkelen stellen de leidsters vragen over wat de kinderen willen doen (toekomst vragen). En evalueren ze samen met de kinderen de activiteiten achteraf.

Maar cognitieve vaardigheden spelen ook een andere rol. Het leren ordenen van materialen en gebeurtenissen vinden de meeste kinderen fijn. Leidsters oefenen dat tijdens de overgangsmomenten op een speelse manier. Bijvoorbeeld door alle materialen in een grote mand te stoppen. In de kring mogen de kinderen dan zeggen waar die materialen horen en ze daar naar toe brengen.

Samenwerken met ouders

Rustige start

Met ouders wordt soms afgesproken dat ze hun dreumes ’s morgens in pyjama brengen en nog even in bed leggen omdat het kind soms nog erg slaperig is. De overgang is zo voor kind en ouder minder stressvol.

054
De kus

Ling is met haar moeder kortgelden uit China naar Nederland gekomen, Moeder spreekt engels. De pedagogisch medewerker ziet dat moeder op de eerste dag stilletjes wil vertrekken zonder duidelijk afscheid te nemen. Ze tilt Ling daarom op en zegt in het engels tegen Ling “geef mama maar een dikke kus”. Ze merkt op dat moeder dit niet prettig lijkt te vinden.

Op het einde van de ochtend bespreekt ze met moeder dat het belangrijk is voor een kind om een duidelijke overgang te maken bij het afscheid nemen. Moeder vertelt dan dat ze in China niet gewend zijn om in het openbaar een kus te geven. Samen spreken ze af dat er voortaan bij het raam gezwaaid wordt.

053

De grootste overgang voor ouders en kinderen is natuurlijk het brengen en halen, zoals in hoofdstuk 3 en hoofdstuk 11 is behandeld. Voor de ouders begint deze overgang door het kind thuis voor te bereiden op een dag naar het kindercentrum. Samen de tas inpakken met de vertrouwde knuffel helpt het kind om de overgang te maken. Maar voor ouders zijn vaste patronen, rituelen op andere momenten van de dag ook belangrijk om te weten. Bijvoorbeeld het ritueel dat kinderen op hun billen gaan zitten als ze in de gang worden omgekleed voor buiten. Of het ritueel dat kinderen een liedje zingen als er wordt opgeruimd samen met de leidsters. De ouders snappen dan waar gedrag van hun kinderen thuis verdaan komt en waarom de leidsters dat de kinderen hebben geleerd. Dit kan aanleiding vormen tot een gesprek over het geven van verantwoordelijkheden op maat aan de kinderen, individueel met ouders of op een ouderavond. Als ouders willen kunnen ze er thuis op voortbouwen.

Bij rituelen is het belangrijk om te beseffen dat het aansluit bij de cultuur van ouder en kind. Bijvoorbeeld ‘Kinderen op je billen’ als de kinderen moeten worden aangekleed voor buiten. Voor sommige ouders kan ‘billen’ een vies woord zijn. Een ander voorbeeld is het bidden voor het eten en het wachten met eten tot alle kinderen een boterham hebben.

Individuele aandacht

Even individuele aandacht bij het naar bed brengen.
Foto: Leidsters Korein Kinderplein Messenmaker - 055

Observeren en plannen

Observeren

Observeren van kinderen is van belang voor de timing van overgangsmomenten: als drie baby’s gaan jengelen om half tien, kan dit het signaal zijn dat ze toe zijn aan de fruithap. De biologische klok van kinderen werkt mee aan het patroon in het dagritme. Regelmatig afstemmen wie welke taken op zich neemt rekening houdend met de behoeftes van de kinderen zorgt voor rust en plezier op de groep.

Plannen

Overgangsmomenten in de dagstructuur in een kindercentrum worden niet alleen bepaald vanuit pedagogische principes. Naast de behoeften en bioritmes van kinderen spelen ook andere aspecten mee zoals organisatiebelangen, personele bezetting, wettelijke kaders, wensen van ouders, pauzes, competenties en behoeftes van pedagogisch medewerkers.
Ook de groepssamenstelling bepaalt in belangrijke mate het overgangsmoment, want in een babygroep verlopen overgangen anders dan in een verticale groep.
In een goede choreografie van de dagstructuur zijn al deze elementen verweven in patronen en rituelen die met name terugkeren in de overgangsmomenten. Het goed organiseren van de overgangsmomenten vraagt veel creativiteit en flexibiliteit en heel veel geduld van de pedagogisch medewerkers, maar het levert uiteindelijk ook heel veel op omdat dit direct merkbaar is in de sfeer van de groep en het gedrag van de kinderen.

Voorbereiden van activiteiten

Het plannen van de dag is een onderdeel van het werk van de pedagogisch medewerker. Bespreek aan de start van de dag welke kinderen er zijn, wat er gedaan wordt op die dag en wie welke taken op zich neemt. Door zowel activiteiten als de overgangen voor te bereiden creëer je rust op de groep. Zo kun je afspreken wie bij de kinderen blijft en wie de volgende activiteit voor gaat bereiden. Het is ook belangrijk om de materialen die nodig zijn voor een activiteit goed voorbereid beschikbaar te maken voor de kinderen.

Tijd om te schakelen

Soms is het goed om rustig samen op de bank te gaan zitten, even te wachten en samen een liedje te zingen, om van daaruit bijvoorbeeld de overgang naar buiten te maken. Ondertussen kan de collega alvast het buitenspelmateriaal op een aantrekkelijke manier klaar zetten (schepjes in de zandbak, fietsen achter elkaar op het fietsgedeelte, de buitenbox gevuld met babyspeelgoed enz.).

056
Verticale groep

Als je met verticale groepen werkt is het van belang om de verschillende fases (baby-, dreumes- en peuterfase) op elkaar af te stemmen. Een ‘ligger’ heeft andere behoeftes en een andere benadering nodig dan een ‘peuter 3-plus’. Dit betekent voor de baby’s in de groep extra aandacht met betrekking tot overgangsmomenten. Voorspelbare herhalingen, een duidelijke aankondiging en vaste plekken voor activiteiten en spelmateriaal is in een verticale groep nog belangrijker dan in een horizontale groep. In een verticale groep zijn er meer overgangsmomenten (individueel en voor kleine groepjes kinderen), waardoor plannen en organiseren kan helpen om de dag soepel te laten verlopen. Dit betekent dat de pedagogisch medewerkers afspreken wie zich op welke kinderen richt, zodat voor baby’s, dreumesen en peuters er op het juiste moment aandacht is voor het maken van hun eigen overgangsmomenten.

  

Meedenkgroep
Edith van Damme – Kober kindercentra
Corine van 't Hoog – Manager SKMN
Ciska Vendrig – Leidster SKMN
Helen JanssenOpvoedcoach Humanitas kinderopvang
Joke Klok – Pedagogisch medewerker Humanitas kinderopvang
Alice Diepstraten – Pedagogisch medewerker Humanitas kinderopvang
Merel de Jonge – Pedagogisch medewerker Humanitas kinderopvang
Sylvia Lathouwers – Pedagogisch medewerker Korein
Mayke Bernts – Pedagogisch medewerker Korein
Aimée Röhrig – Pedagogisch medewerker Korein

U kunt ook het complete curriculum in één keer downloaden van deze pagina.
Wilt u reageren op deze tekst? Kom naar het discussieforum.
Wilt u op de hoogte gehouden worden van belangrijke aanpassingen in de tekst? Schrijf dan in voor de email nieuwsbrief.

Terug naar het begin van deze pagina.



© 2008 Projectgroep Pedagogiek Kindercentra 0-4 jaar, Nederlands Curriculum, Elly Singer & Loes Kleerekoper.
Een initiatief van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang. De volledige tekst is beschikbaar op www.curriculumkinderopvang.nl
Versie: zaterdag 19 mei 2012.