Laatste wijziging van deze pagina: zondag 8 juni 2008 om 19:57 uur

De Praktijk – Hoofdstuk 17

Geluid en muziek, dans en beweging

Djuna Denkers - Centrum voor Nascholing

Samen muziek maken

Foto: Ruben Keestra - 203

De kern

Geluid en muziek, dans en beweging; ze zijn onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van baby’s en peuters. Het gaat over communicatie, bijvoorbeeld door het unieke stemgeluid van mama te herkennen. Het gaat over de wereld ontdekken, bijvoorbeeld door eindeloos experimenteren met de klank van je voetsstap op zand, steentjes en in een plas. En het gaat over een wij-gevoel maken, bijvoorbeeld door samen ‘Hoei, hoei het waait' te zingen in de bolderkar en over swingen en springen op de tonen van salsamuziek, Bach en K3.

Rammelen!

Horen, voelen en bewegen. 
Foto: Ruben Keestra - 204

Al deze indrukken en ervaringen zorgen ervoor dat jonge kinderen de wereld om zich heen steeds verder gaan ontdekken en begrijpen. Om er vervolgens zelf op te reageren en aan deel te kunnen nemen. Het grootste deel van de muzikale ontwikkeling gaat vanzelf en in een mooie wisselwerking met taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Op het kinderdagcentrum is het van belang om hiervoor een aandachtig oor te hebben en er – letterlijk en figuurlijk – ruimte voor te maken. Daarbij zijn de grenzen tussen geluid en muziek en tussen bewegen en dansen niet duidelijk aan te geven. In de rest van dit hoofdstuk worden de woorden ‘muziek en dans’ in de meest ruime betekenis gebruikt.

Belangrijke ontwikkelingen van baby tot kleuter

Ritmes en klanken horen tot de meest basale ervaringen. Waarschijnlijk ervaren kinderen al in de baarmoeder het ritme van de hartslag van hun moeder, haar bewegingen en stemgeluid. Wiegen en liedjes maken baby’s rustig. De dialoog tussen ouder of leidster en baby heeft volgens Stern (2002) het karakter van een dans: het ritmisch zuigen van het kind; de pauzes; het om beurten geluidjes maken en elkaar imiteren.

Baby’s

Baby’s reageren op de geluiden om zich heen; je kunt aan hun reactie zien of het om vertrouwde of om nieuwe geluiden gaat. De leidster kan daarbij aansluiten door geluiden aan te bieden en te volgen wat hun reactie is; schudden met het waterflesje, ritselen met de luier en het laten klinken van een windorgeltje.

Baby’s reageren op de stem van vertrouwde leidsters en ‘nemen deel aan het gesprek’ door zelf ook de beurt te nemen. Hetzelfde vraag- en antwoordspel ontstaat in beweging: wanneer je rondloopt met een baby op de arm en haar op en neer beweegt en vervolgens stil gaat staan en met de beweging stopt kan een baby de op en neer beweging zelf overnemen. Zo gebruik je muziek en beweging om contact te maken en geborgenheid te geven.

Vanaf 6 maanden groeit het besef dat iets wat je niet ziet er nog wel is. Je kunt daar muzikale kiekeboe spelletjes mee spelen door je gezicht achter een dekentje te verstoppen maar je stem wel te laten horen, of een rinkelbelletje beurtelings binnen en buiten hun gezichtsveld te laten horen. Baby’s leren ook het verband tussen iets heen en weer schudden of ergens op petsen en het geluid dat dit teweeg brengt. Je kunt ze hierin bevestigen door er de tijd voor te nemen en ze aan te moedigen, bij voorbeeld door zelf gewoon af en toe mee te doen.

Vanaf het eerste jaar gaan kinderen steeds gerichter de klanken van de moedertaal oefenen. Eenvoudige liedjes kunnen daarbij een stimulans zijn: ze gaan spontaan klanken en korte stukjes ‘echoën’ en meezingen. Kinderen gaan ook uit zichzelf bewegen op muziek.

De mogelijkheid en drang tot bewegen nemen sterk toe. Ze gaan geluiden maken óp en mét alles dat geluid kan voortbrengen: ieder attribuut wordt op z’n mogelijkheden onderzocht door handelingen eindeloos te herhalen en vervolgens te variëren. Denk maar aan de pedaalemmer. Alles wordt betikt, bepetst en bebonst.

Dreumesen

In de loop van het tweede jaar krijgen kinderen plezier in het reproduceren van de goede beweging bij de tekst van een liedje. Ze gaan ook spontaan zelf liedjes maken tijdens hun spel. Je hoort ze stukjes van bekende liedjes zingen, neuriën en eigen zingzegteksten met elkaar combineren terwijl ze bij voorbeeld aan het knutselen, spelen of bouwen zijn.

Stem, spraak en zang.

Wat betreft ingeblikte liedjes voor kinderen is er een grote markt ontstaan. Dus, dan ‘hoeven’ we ook niet meer te zingen? Jawel. Want je kunt niet om de meerwaarde van jouw unieke, vertrouwde stem als communicatiemiddel heen. En door zingen en klankspelletjes krijgt jouw stem een extra dimensie. Denk maar aan het kriebelliedje voor op een blote buik tijdens het verschonen of aan een paardenliedje als een kindje op schoot zit. Voel je vrij om je stem vanzelfsprekend en expressief in te zetten.

205

Vanaf het tweede jaar krijgen de teksten van liedjes voor kinderen echt betekenis. Ze leren meedoen met liedjes en bewegingen over dagelijkse dingen: eten, aankleden, opruimen, rondrijden met een karretje. Naarmate de motoriek en coördinatie zich verder ontwikkelen kunnen kinderen steeds gerichter eenvoudige muziek instrumenten gaan bespelen. Je kunt kinderen speels uitdagen door hun speelmanier te imiteren en er vervolgens een kleine variatie aan toe te voegen. Bij voorbeeld samen spelletjes bedenken met hard en zacht, snel en langzaam. Jonge kinderen hebben hierbij een enorme herhaalbehoefte.

Peuters

Vanaf het derde jaar kunnen kinderen meezingen, liedjes die de leidster voorzingt nazingen en zelfstandig zingen. Voor meezingen is het van belang om echt eenvoudige liedjes te kiezen. En de toon moet aansluiten bij de hoogte waar de kinderen bij kunnen. De stembanden zijn nog niet op lengte van een volwassene. Hoe langer je stembanden, hoe lager je kunt zingen. Probeer altijd ietsje hoger te beginnen dan je eigenlijk van plan was. Voor de kinderen zijn neuriën, lalala en nanana, onzinwoordjes en ritmisch spreken van tekst (als een rap!) leuke variaties.

Vanaf het derde jaar kunnen bewegen op muziek en zingen ook ondersteunen bij het benoemen, begrijpen en uiten van emoties: stampen als een boze beer, zingen over blije dingen, benoemen hoe iemands stem klinkt.

Naarmate kinderen groter worden zullen ze daar steeds sneller en gevarieerder ‘hun eigen ding’ mee gaan doen. Maar de activiteiten voor baby’s blijven peuters leuk vinden. Peuters vinden het nog steeds heerlijk om heen en weer te worden gewiegd of door de leidster nieuwe geluidsattributen aangeboden te krijgen. Oude, bekende dingen herhalen zorgen ervoor dat de vaardigheden goed kunnen inslijpen. Dat neemt bij jonge kinderen veel tijd.

Veiligheid en welbevinden

In het voorgaande werd duidelijk dat ritme en klank, beweging en muziek verbonden zijn met communicatie, emotionele veiligheid, wij-gevoel en welbevinden. Hier gaan we verder in op de manieren waarop het welbevinden van kinderen door muziek en bewegen kan worden vergroot. Jonge kinderen zijn extra gevoelig voor prikkels en dat geldt ook voor het geluid om hun heen. Daar komt bij dat je je ogen af en toe kunt sluiten, voor de oren is dat ingewikkelder. Daarom zijn de leidsters alert op de volgende zaken:

De akoestiek

Vanwege de hygiëne zijn er vaak harde vloeren en weinig dikke gordijnen. Dat brengt met zich mee dat alle contactgeluiden – zet maar een beker op tafel, kiep eens een bak lego om – keihard klinken. Hieraan valt iets te doen door (goed wasbare) kleden aan de wand te hangen en in de rustige speelhoeken vloerkleden te leggen.

Onrust en onverwachte geluiden

Een open deur kan uitnodigend zijn om even om het hoekje te koekeloeren; wat hoor ik daar, wat doen ze? De aandacht van het kind wordt getrokken. Maar dat kan ook storend zijn. De regel ‘deuren dicht’ kan betekenen ‘niet storen’ om overbodige prikkels te vermijden.

Afwisseling tussen rust en geluid

Ten eerste: Stilte heeft een belangrijke waarde. Volwassenen zeggen wel eens: nu kan ik mezelf tenminste horen denken. Voor kinderen van 0 – 4 geldt dit ook: zij hebben ook de behoefte aan even geen geluid, niet nog meer informatie via de oren. Alle indrukken en ervaringen moeten af en toe kunnen rijpen en bezinken. Koester de stilte en zoek hem af en toe bewust op.

Sfeer maken

Zo maak je een fijne sfeer. 
Foto: Ruben Keestra - 206

Afwisseling tussen vertrouwd en verrassend

Muziek en dans bieden mogelijkheden tot contact maken en het opbouwen van vertrouwen; samen muzikale rituelen ervaren en uitvoeren, zoals bij voorbeeld het liedje voor het slapengaan. Daarnaast kunnen nieuwe klankspelletjes nieuwsgierigheid opwekken en het kind stimuleren om zelf verder op onderzoek uit te gaan: dat rinkelding, hoe werkt dat, kan ik dat ook? Wat kan ik er nog meer mee?

Achtergrondmuziek

Leidsters observeren de reactie van kinderen op verschillende soorten muziek en wisselen daarover uit met hun collega’s. Er is een groot verschil tussen het effect van instrumentale muziek en muziek waarbij de hele tijd gezongen wordt. Muziek met zang is veel meer aanwezig. Daarom zorgen leidsters voor variatie wat betreft soorten muziek: vrolijk/rustgevend/klassiek//kinderliedjes/volksmuziek. Onze wereld is vol diversiteit en die mag ook klinkend aanwezig zijn op het kinderdagverblijf. Anders zouden kinderen nog gaan denken dat de wereld slechts bestaat uit kabouter Plops en K3 stemmetjes...

Leren en ontwikkelen

Het materiaal: instrumentjes en geluidenspeelgoed

Goeie spullen betekent: makkelijk te hanteren, veilig en: een goed geluid! Er mooi uitzien is geen garantie voor mooi geluid.

Muziekinstrumenten uit de speelgoedwinkel zien er vaak kleurig uit maar dat zegt niks over het geluid. Er is allerlei speelgoed dat geluid gaat maken als je het aanraakt of laat bewegen. Grappig, maar je kunt er als kind weinig aan ontdekken. Dit materiaal geeft veelal ook weinig ruimte voor uitbreiding van muzikaal spel omdat het maar op 1 manier geluid kan maken.

De trommelmogelijkheden op een setje kartonnen dozen – van maatje schoenendoos tot TV verpakking – zijn vaak vele malen beter dan een plastic ding met tekenfilmfiguurtjes. Goede spullen vind je in muziekwinkels en Fair trade winkels.
Daarmee leren kinderen oorzaak-gevolg acties te ontdekken en te oefenen: ik pets op een trommelvel: bom! Ik schud aan een bellenkrans – tsjintsjingtsjing. Ik peuter aan een snaar – plonggg.

Interessante materialen om geluiden te ontdekken zijn bijvoorbeeld schuddoosjes, rainmakers, windorgels, klankstaven, bellenkransen en kleine bekkens.

207

Tijdens de muziekactiviteiten stapt de leidster in een dubbelrol: ze doet actief mee en tegelijkertijd houdt ze overzicht: de kinderen, de materialen, de tijd. En dat betekent: schakelen! In de communicatie met de kinderen toe staan contact maken en benoemen centraal: de leidster volgt hun reacties en ze laat merken dat ze die ziet door te imiteren en te benoemen. De steun van de leidsters bestaat voor een groot deel inspelen op het spontane bewegen en muziek maken van jonge kinderen.

Bij van tevoren geplande activiteiten, leidstergeïnitieerde activiteiten komt daar nog bij: een goede voorbereiding. Heb je je spullen bij elkaar? Ben je er zelf ‘klaar’ voor? Hoe ga je de kinderen uitnodigen voor de activiteit.

Inspelen op spontane activiteiten van de kinderen

Hierbij is het de kunst van herkennen van kansen in de spontane activiteiten van de kinderen tijdens de kring, lunch, het verschonen of het vrije spel. Hieronder volgen enkele voorbeelden van activiteiten die ontstaan doordat de leidster inhaakt op het spontane gedrag van de kinderen. Ze zijn dus niet van tevoren gepland.

(Laten) meebewegen op muziek, met en zonder materialen.
Voorbeelden met baby’s:
  • Wiegen, wiebelen, op en neer veren, rondjes zwieren, walsen. Op de plek, zittend of staand en door de ruimte
  • Een bellenkransje om je eigen arm doen zodat het instrumentje meeklinkt als je beweegt; kinderen je arm laten bewegen;de baby een bellenkransje of schudinstrument geven.

Zwaaien met de armen...

Op je eigen manier meebewegen en meezingen. 
Foto: Ruben Keestra - 208
Zwieren met sjaaltjes

Sjaals zijn geschikte attributen bij dansen en bewegen. Zwieren met sjaaltjes verlengt je beweging en dat is handig met de relatief korte dreumes- en peuterarmen. De sjaals kunnen ook worden gebruikt als “danskleding”.

209
Met dreumesen en peuters:
  • Meepetsen in de maat op tafel of op benen, meezwaaien
  • Weggetjes maken door de ruimte in de maat van de muziek
  • Verschillende manieren van bewegen afwisselen: springen, stampen, op de tenen lopen, heen en weer wiegen op twee benen
  • Verschillende bewegingen imiteren: vliegen als een vogel, zweven als een vlinder, racen als een auto
  • Dansen met materialen zoals linten of sjaaltjes, op de plek of door de ruimte.
  • Liedjes met voorgeschreven bewegingen uitvoeren zoals: in de maneschijn
Ontdek-activiteiten
  • Voorwerpen samen onderzoeken, uitproberen,
  • Stiltes laten vallen en samen luisteren wat er te horen is
  • Klankspelletjes met instrumenten en met stem
  • Muzikale kiekeboe
  • Geluidenwandeling buiten of binnen

Kriebelversje doen?

Ga je dat leuke kriebelversje doen? 
Foto: Ruben Keestra - 210

Leidster geïnitieerde activiteiten

Rituelen van muziek en dans in de groep

Muziek op de groep is in eerste instantie een sociaal, communicatief gebeuren: er zijn vaste rituelen bij eten, verschonen en slapen waarbij liedjes, al of niet met gebaren een belangrijke plaats kunnen innemen. Hetzelfde geldt voor klanksignalen. Dat kan op manieren waaraan de kinderen naarmate ze ouder worden steeds actiever kunnen deelnemen: wie trommelt er vandaag op de bongo’s de kinderen bij elkaar als teken om naar buiten te gaan? Welk liedje zingen we aan tafel, bij het tandjes poetsen, op het aankleedkussen? En ook alle feestelijkheden worden opgeluisterd met muziek. Al deze activiteiten vinden één op één plaats tijdens de verzorging of in de grote groep.

Versjes en stemspelletjes

Behalve zingen – en dat doet niet iedereen even spontaan en makkelijk – kun je ook muzikaal en gevarieerd met je stem aan de slag met versjes en voorlezen. En ook losse, spontane acties zijn mogelijk: n.a.v. een verhaal of een uitje kun je met je stem allerlei herinneringen ophalen en verklanken: de spoorbomen... (hoog)dingdingdingdingding en een voorbij razende trein... (laag) ieie jenggg.

En terwijl je hand voor vliegtuigje speelt, neem je je stem mee: stijgen, dalen, turbulentie – hoe doe je dat en wat is het verschil met een sportvliegtuigje? Daag jezelf uit en gebruik je fantasie: de kinderen vormen altijd een dankbaar en betrokken publiek.

211
Versjes opzeggen
  • versjes die gaan over dagelijkse dingen of over favoriete bezigheden kunnen worden gekopeld aan het uitvoeren daarvan. Zo komen ze op een natuurlijke, vanzelfsprekende manier vele keren voorbij. Je kunt afwisselen door het versje in één kadans te blijven herhalen of door af en toe stiltes te laten vallen.
  • Zeg het versje op en observeer of en welke kinderen spontaan gaan meedoen of op een andere manier reageren
  • Je kunt ook de tekst van een liedje opzeggen alsof het een versje is.
Versjes laten opzeggen
  • kinderen uitnodigen om, i.p.v. de leidster, het versje op te zeggen als aankondiging van een activiteit.
  • Kinderen uitdagen mee te gaan doen door het versje te blijven herhalen, met af en toe een kleine variatie in het tempo, het volume of de klank van je stem.
  • Het damespaard: neutraal, met veel expressie (een echte dames/heren/boerenstemgeluid)
Liedjes voorzingen
  • Als aankondiging van een overgang in het dagritme “We gaan naar buiten, waar de vogeltjes fluiten”
  • Als gezongen opdracht (opruimen/jassen pakken)
  • Als sfeermaker bij een activiteit
Zingen

Wanneer je gaat zingen bedenk dan van te voren of je wilt zingen als aankondiging of als sfeermaker: doe het met overtuiging. Wanneer je er daadwerkelijk aan wilt werken dat de kinderen mee gaan zingen: zorg er dan voor dat je de liedjes voorzingt op een hoogte waar de kinderen bij kunnen. En herhaal een liedjes minstens vijf keer, ook als het om een overbekend liedje gaat. Jonge kinderen hebben veel tijd nodig om het liedje op te slaan en mee te gaan zingen. Om die reden hoor je ook af en toe eind februari nog steeds sint en kerstliedjes

212
Liedjes laten meezingen
  • Begin altijd met het liedje een paar keer voor te zingen voordat je vraagt om mee te doen. De leidster stimuleert de kinderen om mee te zingen door zelf eerst af en toe een (laatste) woordje weg te laten en vervolgens steeds grotere stukjes. Met liedjes kun je kinderen op dezelfde manier uitnodigen en uitdagen als met versjes opzeggen
Liedjes zelfstandig laten zingen

Uitnodigen en aanmoedigen, bij voorbeeld:

  • tijdens een uitstapje naar de kinderboerderij: wie weet een dierenliedje? (en dan niet gelijk gaan meezingen, eerst luisteren, knikken, aanmoedigen)
  • zingen voor de microfoon, aan het hoofd van de tafel, bij het ophalen, voor een geluidsopname
Samen kijken en luisteren

leidster voert een activiteit uit met een kleine groep en nodigt andere kinderen uit om te komen kijken

  • 1 leidster voert uit, andere leidster komt met kinderen op bezoek, een muzikant komt een mini-concertje geven (een leidster, ouder of een professional)
  • leidster kijkt samen met de kinderen naar een opname waar:
    • ze zichzelf bezig zien
    • andere kindjes van de groep bezig zien
    • ander beeldmateriaal van zingende/spelende/dansende kinderen/volwassenen te zien is.
Laten meespelen met muziek
  • Meespelen in de maat met een muziekfragment
  • Afwisselen met muziek aan en uitzetten = wel – niet spelen
  • Afwisselen met hard en zacht, snel en langzaam.
Zelfstandig laten spelen
  • Nodig een kind uit om tijdens een knutsel/spel-activiteit voor muziek te zorgen
  • Geef het kind een instrument en vraag of het even wil kijken ‘of hij het nog doet’ of ‘kun je voor mij muziek maken om op te springen’.
Muzikale verhalen maken
  • het voorleesverhaal combineren met klank-imitaties; met je stem of met attributen
  • het prentenboek bekijken en samen benoemen en verklanken hoe alles klinkt: de storm en de regen in ‘Monkie’’, de dieren uit het boekje over de kinderboerderij.
  • foto’s/plaatjes/voorwerpen bekijken, benoemen, er toepasselijke geluiden bij maken, bij voorbeeld foto van badkamer, dieren

Samenwerken met ouders

Ouders horen graag wat hun kind meemaakt en leidsters vinden het fijn om een beeld te hebben van de thuiswereld. Kinderen kunnen op allerlei manieren reageren op geluiden; opwinding, schrik, geruststelling, ontspanning. Het is goed om ook dit soort informatie met ouders uit te wisselen. Het leuk om over en weer te weten op welke muziek er is gedanst en wat het favoriete slaapliedje is. Voor kinderen met een andere culturele achtergrond kan het fijn zijn om de muziek te horen van thuis. Aan ouders kan gevraagd worden favoriete muziek van het kind mee te nemen. Kortom: wissel uit hoe het kind reageert op muziek, of dat nou luisterend, dansend of meespelend is.

Observeren

Hoe reageren de kinderen? 
Foto: Ruben Keestra - 213

Observeren en plannen

Om ideeën op te doen voor muziek en dans en die vervolgens in te plannen zijn je eigen enthousiasme en nieuwsgierigheid een belangrijke voorwaarde. Tegelijkertijd is het van belang om goed te observeren: hoe reageren de kinderen op je activiteit? Is dat wat je verwachtte? Op welke manier zou je de activiteit daar op aan kunnen passen? Wat krijg je voor spontane signalen van de kinderen zelf over hun enthousiasme voor muziek, hun nieuwsgierigheid naar geluiden en behoefte aan beweging? Hoe kan jij daar, spontaan, bij aansluiten? Welke informatie krijg je van de ouders en van je collega’s? Veel vragen, die je jezelf steeds blijft stellen om zo dicht mogelijk bij de ontwikkeling van de kinderen aan te kunnen sluiten.

Illustratie
Genoeg plek om samen muziek te maken en plezier te hebben.
Klik hier om een grotere afbeelding in een nieuw venster te openen
Illustratie: Simon Jongma
 

Bij de voorbereiding en planning denkt de leidster na over de volgende dingen: wat doe ik op welk moment? Daarbij is het van belang om onderscheid te maken tussen de dagelijkse rituelen en speciale activiteiten. Hoe lang kan het duren? Met hoeveel kinderen ga ik aan de slag? En dat zijn beslissingen die je in samenspraak moet nemen en uitvoeren. Wanneer je dan vervolgens met elkaar bespreekt hoe het is gegaan kun je aanpassingen doen. Bij de taakverdeling van muziek en dansactiviteiten is het van belang dat iedere leidster aangeeft waar ze mee aan de slag wil: een leidster die lekker in haar vel zit straalt dat ook uit naar de kinderen. En er is een groot verschil tussen het organiseren en uitvoeren van een grote optocht met toeters en bellen of het begeleiden van een kleine ontdek-activiteit met drie kindjes en een mandje rinkel- en ritselspul. Samenvattend: houdt in de planning en de taakverdeling rekening met een afwisseling tussen grote groep en kleine groepsactiviteiten. Over het algemeen zullen de rituelen verbonden zijn aan de dagelijkse grote groepsactiviteiten zoals eten en drinken, jasjes aan en naar buiten. De kleine groepsactiviteiten bieden gelegenheid voor speciale, leidster geïnitieerde muziek en dans activiteiten.

Meedenkgroep
Jolanda Wijermans - Pedagoog Kinderopvang ’t Ukkie
Brigitte van Miltenbrug - Stafmedewerker Saartje Kinderopvang
Monika Katinger - Pedagogisch medewerker SKN

U kunt ook het complete curriculum in één keer downloaden van deze pagina.
Wilt u reageren op deze tekst? Kom naar het discussieforum.
Wilt u op de hoogte gehouden worden van belangrijke aanpassingen in de tekst? Schrijf dan in voor de email nieuwsbrief.

Terug naar het begin van deze pagina.



© 2008 Projectgroep Pedagogiek Kindercentra 0-4 jaar, Nederlands Curriculum, Elly Singer & Loes Kleerekoper.
Een initiatief van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang. De volledige tekst is beschikbaar op www.curriculumkinderopvang.nl
Versie: zaterdag 19 mei 2012.