Laatste wijziging van deze pagina: maandag 9 juni 2008 om 10:46 uur

De Praktijk – Hoofdstuk 12

Eten en drinken

Loes Kleerekoper - Pedagoog SKN, projectmedewerker Nederlands Curriculum

Eten en drinken

Foto: Ruben Keestra - 073

De kern

Eten en drinken zijn nodig om gezond te blijven en om van te genieten. Kinderen leren hun eigen behoeftes en smaak kennen, keuzes maken en op weg gaan naar zelfstandigheid. Eten en drinken zijn ook een bij uitstek plezierig en sociaal gebeuren. Baby’s hebben intiem contact met de leidster die de fles geeft. Peuters eten in kleine groepjes aan tafel en hebben samen plezier. Ze leren rekening houden met elkaar en ze leren gesprekken voeren met elkaar en met de leidsters. Traktaties bij feesten of afscheid maken voor jonge kinderen gedeelde waarden heel concreet, bijvoorbeeld we zijn blij dat je er bent. In de kern gaat dit verzorg-leergebied om: gezondheid en lustbeleving; om vertrouwde relaties tussen het kind en de leidster; om het leren van vaardigheden om zelfstandig mee te doen en om deelnemen aan het eten en drinken als sociaal gebeuren.

Belangrijke ontwikkelingen van baby tot kleuter

Jonge baby’s kunnen alleen voedsel tot zich nemen door te zuigen en als ze daarbij lichamelijk worden ondersteund. Iets oudere baby’s kunnen eten in een (kinder)stoel en maken kennis met voedsel dat ze kunnen afhappen van een lepel of afbijten en kauwen. Kinderen verwerven steeds meer vaardigheden op dit gebied zoals drinken uit een beker, eten met een vork en smeren met een mes.
Grotere kinderen kunnen zelf aan tafel komen, enige tijd aan tafel blijven zitten en zelf weer opstaan. Ze leren om hun behoeftes aan te passen aan het dagritme van de groep. Tweejarigen zijn nog overwegend gericht op zichzelf en het eten. Maar voor driejarigen kan het samen eten en drinken een gezellig gebeuren zijn met liedjes, grapjes en gesprekjes met de andere kinderen en de leidsters.

Fruithapje op schoot

Baby’s die nog niet rechtop kunnen zitten, worden vaak in een wipstoeltje gezet voor hun fruithap. Er is ook een andere mogelijkheid: het kind op schoot nemen. Dat verhoogt de intimiteit en het contact. Als bezwaar wordt soms genoemd de beweeglijkheid van de kinderen. In de praktijk blijkt dat bij de meeste kinderen mee te vallen. Tegen vlekken op je kleren bescherm je jezelf met een (thee)doek.

074

Samengevat maken de kinderen de volgende ontwikkeling door:

  • Baby’s. Afhankelijkheid en intiem contact met de leidsters tijdens het voeden, waarbij de leidsters het bioritme van de kinderen volgen.
  • Dreumesen: Toenemende zelfredzaamheid en het vermogen en de wens om samen met de andere kinderen het eet- en drinkritme van de groep te volgen.
  • Peuters: toenemende zelfredzaamheid en gerichtheid op gezelligheid met de andere kinderen.

Veiligheid en welbevinden

Fruithapje

Ik kies dit stukje appel. 
Foto: Ruben Keestra - 075

Gezondheid

De basis voor een gezond of ongezond voedingspatroon wordt gelegd als kinderen jong zijn. Een gezond eetpatroon vermindert de kans op hart- en vaatziektes, obesitas (te dik worden) en chronische ziektes zoals suikerziekte. Kinderdagverblijven hanteren hygiënische codes voor het bewaren en gebruiken van voedsel. Zij volgen de adviezen op zoals die zijn beschreven in brochures en op de website van het Voedingscentrum.

Zonde om weg te gooien?

Na het brood eten is er nog wat kaas en worst over. Dit wordt gezellig uitgedeeld aan de kinderen. Immers, morgen is het niet vers meer en het is niet goed om eten weg te gooien. Maar: de kinderen hadden al genoeg gegeten. Kaas en worst zijn vette etenswaren die met mate moeten worden geconsumeerd. Gebruiken we nu de kinderen als vuilnisvat?

076
Broodbeleg

Je kunt met broodbeleg volop variëren: appelstroop, jam, honing, banaan, aardbei, vruchtenhagel, gestampte muisjes, kaas, smeerkaas, vleeswaren. Geef van de laatste drie de minder vette soorten. Geef pindakaas, chocoladepasta en chocoladehagelslag niet elke dag, want hierin zitten veel calorieën.

Ook fruit kan goed dienen als broodbeleg: plakjes banaan, appel of aardbeien. Groenten zoals komkommer, tomaat, wortel of radijs kunnen als broodbeleg worden gebruikt of apart als rauwkost worden geserveerd.

Bron: Voedingscentrum, folder: Eten en bewegen met peuters
077

Bij de eet- en drinksituaties in het kindercentrum kan er van worden uitgegaan, dat de kinderen zelf weten wat en hoeveel ze willen eten. Wel moet dan aan een aantal randvoorwaarden zijn voldaan. Het kind moet zich uitgerust en op zijn gemak voelen en er moet een keuze zijn uit (gezonde) etenswaren. Dat vereist ook creativiteit: als er kinderen zijn die nauwelijks fruit eten, kan er aan gedacht worden om ook groente zoals tomaat of bleekselderie in het menu op te nemen. Kinderen die geen kaas of vleeswaren willen, houden misschien wel van vis.

Dreumesen en peuters hebben minder nodig van diverse voedingsmiddelen dan soms wordt gedacht. Zo is de aanbevolen hoeveelheid brood voor de hele dag 1 tot 3 sneetjes, en wordt 0,5 plak kaas en 0,5 plak vleeswaar geadviseerd. Bij kinderen die heel veel willen eten is het belangrijk om te proberen een rem in te bouwen. Dat kan bijvoorbeeld door pauzes in te lassen tussen de verschillende boterhammen en kinderen dan rauwkost te geven. En door ze te leren om rustig te kauwen.

Om tandbederf te voorkomen wordt geadviseerd om maximaal zeven keer per dag iets te eten of te drinken. Dit in verband met de “zuurstoten” die het gebit elke keer krijgt als er iets wordt gegeten of gedronken. Water of thee zonder suiker kunnen wel vaker worden gegeven.

In het verleden waren deskundigen van mening, dat suiker en suikerrijke voedingsmiddelen niet aan jonge kinderen moesten worden gegeven, dit standpunt is inmiddels verlaten. Wel is het voor het opbouwen van een gezond eetpatroon belangrijk om de hoeveelheid vet en zoet eten en drinken te beperken.

Door een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van eten en drinken raken kinderen vertrouwd met een gevarieerd eetpatroon. Baby’s die borstvoeding krijgen, ervaren dat deze elke dag anders smaakt. Het is leuk en interessant voor kinderen om ervaring op te doen met allerlei soorten smaken, geuren en substanties. Het geeft hen nu en later, de mogelijkheid om echte keuzes te maken.

Als een kind niet of weinig wil eten, kan dit verschillende oorzaken hebben. Misschien heeft hij of zij geen trek of smaakt het voorgezette eten niet lekker. Soms moeten kinderen wennen aan ander voedsel of aan een andere manier van klaarmaken. Elke oorzaak vraagt een eigen aanpak.

Soms is het eten een strijdtoneel, waar kinderen en volwassenen uitvechten wie de baas is. Het weigeren om te eten is een krachtig wapen voor een kind. Opvoeders doen er verstandig aan om zich niet mee te laten slepen in deze krachtmeting. Het eten kan anders een bron van frustratie worden in plaats van een prettig samenzijn. Lekkere dingen eten en drinken zijn ook voor jonge kinderen een bron van lustbeleving en troost.

Lustbeleving en het verkennen van zintuiglijke ervaringen

Drinken en zuigen spelen bij jonge kinderen een grote rol in lichamelijke lustbeleving. Duimen en zuigen op een speen maken kinderen rustig. Ze stoppen van alles in hun mond om het te verkennen. De mond is een gevoelig orgaan voor zintuiglijke ervaringen. Daarom hebben jonge kinderen veel tijd en ruimte nodig om nieuw voedsel te verkennen. Ze likken, proeven, voelen hoe het eten aanvoelt. Het is belangrijk dat leidsters daarin geduldig zijn. Kinderen kunnen pas vrijuit eten als ze zich vertrouwd hebben kunnen maken met de zintuiglijke ervaringen die het eten oproept. Pas als kinderen gewend zijn aan bepaald voedsel, zoals driejarigen met de broodmaaltijd, komt er meer ruimte voor sociale ervaringen en gezelligheid

Vertrouwde relatie

Ik denk dat jij de limonade heel lekker vindt! 
Foto: Ruben Keestra - 078

Vertrouwde relatie tussen leidster en kind

Degene die je te eten geeft, is heel belangrijk. “Voedsel is liefde” wordt soms gezegd. Eten geven en krijgen, samen eten, het zijn intense sociaal-emotionele ervaringen. Bij eten en drinken spelen alle pedagogische middelen een rol die te maken hebben met veiligheid en welbevinden: sensitieve en responsieve communicatie van de leidster met het kind; respect voor autonomie van het kind en verlangen om zelf te doen; vertrouwde ritmes en rituelen; uitleggen wat er gaat gebeuren en rust en geduld.

Voor baby’s is het een totaalgevoel: warme melk in de maag in intiem fysiek contact met de volwassene die je vasthoudt. Qua contact hoort het voeden van de baby tot de belangrijkste momenten van de dag. De baby voelt zich prettig en veilig, de leidster is gericht op dit kind en wijdt zich aan hem. Ze kijken naar elkaar, de leidster praat tegen de baby en door zijn bewegingen en zijn blik laat de baby merken dat hij dat heeft ontvangen. Al snel gaat het kind verschillende aspecten onderscheiden en wil het meedoen: terug 'praten', de fles mee-vasthouden. Ook bij het krijgen van een fruithapje maken baby en leidster op een intieme manier contact, er ontwikkelen zich vertrouwde patronen en het kind leert communiceren met iemand die geheel op hem is betrokken.

Fles geven

Foto: Monique Berger - 079

Sommige baby’s kunnen het aan als andere kinderen komen kijken. Voor oudere kinderen is het vaak een prettige ervaring om contact te maken met de baby. De leidster houdt altijd in de gaten of de baby niet te veel wordt afgeleid en zij blijft haar aandacht vooral op hem richten en zorgt dat haar band met hem in stand blijft. Het vereist veel organisatietalent en een uitstekende samenwerking tussen de leidsters, om ervoor te zorgen dat de leidster zich tijdens het fles geven exclusief op deze baby kan richten.

Leren en ontwikkelen

Cracker

Dit kan ik zelf al eten. 
Foto: Ruben Keestra - 080
Met een beetje hulp

Bob probeert margarine uit het kuipje te krijgen.

Leidster Esmee: “Bob, blijft het niet op je mes zitten? Wil je dat ik even help?

Bob: “Ik kan het niet”

Esmee pakt Bobs’ hand en doet samen met hem de margarine op het mes: “Zo, dat hebben we samen goed gedaan. Nu kun jij de boter mooi op je boterham smeren, hè?”

Bob knikt stralend.

081

Smeren

Dat vereist heel wat inspanning en concentratie. 
Foto: Ruben Keestra - 082

Vaardigheden voor zelfredzaamheid

Een lepel vasthouden en in je mond steken is voor een baby een grote prestatie. Dreumesen leren kiezen wat ze op hun brood willen en driejarigen leren om zelf hun brood te smeren, beleggen en snijden. Ze leren ook vaardigheden om bij te dragen aan de gezamenlijke eetsituatie: tafel dekken, bekers uitdelen, inschenken, afwassen of inruimen van de afwasmachine. Spannend, leerzaam en sociaal is het samen klaarmaken van eten: soep maken, koekjes bakken, een fruitsalade maken.

Jonge kinderen zijn van nature gemotiveerd tot ‘zelf doen’ en helpen van de leidster. In de groepssituatie wordt deze motivatie nog versterkt door de spontane neiging om andere kinderen te imiteren.

Zoals bij het leren van alle vaardigheden is herhaling heel belangrijk, door oefenen leren kinderen. De groepsleiding kan dus aansluiten bij de spontane activiteiten van de kinderen. Het zogenaamde ‘participerende leren’ speelt ook een grote rol. Dat wil zeggen dat de leidster aanvankelijk leiding geeft aan een activiteit, bijvoorbeeld door het kind te voeren. Een volgend stapje is dat leidster en kind de lepel samen vast houden. En dan mag het kind ‘alleen’ proberen en helpt de leidster door het armpje te sturen in de richting van de mond. Ten slotte heeft het kind genoeg aan verbale aanwijzingen en kan hij of zij de handeling zelfstandig verrichten.

Worst, stroop of kaas

Als het aan tafel zitten voor de kinderen te lang duurt, ga je oplossingen bedenken.

Als de kinderen vandaag bijvoorbeeld mogen kiezen tussen een boterham met smeerworst, smeerkaas of appelstroop, kun je tevoren al wat boterhammen met die soorten beleg klaarmaken. De eerste ronde kan dan vlot worden afgewerkt. Tijdens het eten maak je naar behoefte meer boterhammen klaar.

De kinderen hebben dan nog steeds een keuze en het eten kan eerder starten dan wanneer je pas gaat klaarmaken als de kinderen allemaal aan tafel zitten.

083

Volgen van (te veel) regels

Kinderen leren in het kinderdagverblijf spelenderwijs op een goede manier om te gaan met voeding, door vaste rituelen en duidelijke aanwijzingen van de leidsters. Ze wassen hun handen voor het eten. Ze leren hun brood snijden, en horen dat het niet hygiënisch is om een mes met smeerkaas in de boter te steken. Maar kindercentra hanteren soms heel veel regels rond het eten en drinken. Regels als: niet opstaan tijdens het eten, je mag pas drinken als je cracker op is, we blijven zitten tot iedereen klaar is met eten. Soms zijn die regels al heel lang in gebruik en is het goed om ze eens kritisch te bekijken. Waar dienen de regels voor? Bereik je er mee wat je wilt? En wat betekenen ze voor de kinderen?

Zo hanteren veel kinderdagverblijven de regel dat alle kinderen op elkaar wachten aan het begin en het eind van de maaltijd. De motivatie is dat daardoor de kinderen leren met elkaar rekening te houden en dat het overzichtelijk en hanteerbaar blijft. In de praktijk betekent het voor veel kinderen dat ze langer aan tafel zitten dan ze aan kunnen. Ze gaan zich vervelen, draaien en klieren en de leidsters roepen de kinderen herhaaldelijk tot de orde.

Illustratie
Gezellig aan tafel in overzichtelijke groepjes.
Klik hier om een grotere afbeelding in een nieuw venster te openen
Illustratie: Simon Jongma
 

Sociale vaardigheden en taal

Een- en tweejarigen kunnen samen met hun groepsgenootjes eten, mits de groep niet te groot is en de zittijd niet te lang. Naarmate de kinderen ouder worden, krijgen ze oog voor de rituelen zoals het eetliedje zingen. Aan tafel hebben kinderen twee aan twee vaak veel lol. Ze maken grapjes door rare of vieze woorden te zeggen. Ze imiteren elkaar, ook vaak rare gebaren die ze enorm grappig vinden. Ze zetten een placemat op hun hoofd en tikken tegen hun bordje aan. Doordat ze rustig aan tafel zitten ontstaan dat soort spelletjes vaak gemakkelijker dan tijdens het vrije spel. Het is de kindervariant van het kletsen, drinken en gezellig doen van volwassenen. Als de leidsters hier wat ruimte voor geven, vergroot dit de gezelligheid van samen aan tafel zitten. De kans dat het uit de hand loopt is vooral groot als het aan tafel zitten te lang duurt.

Peutergesprekken

In een Japans kinderdagverblijf eten de peuters (rond 3,5 jaar) in groepjes van 4 kinderen. De pedagogisch medewerkers helpen waar nodig, maar zitten niet vast bij een groepje.

In een groepje is het gesprek van de kinderen vastgelegd. Het blijkt te gaan over populaire tekenfilmfiguren die de kinderen allemaal kennen van TV. Ze praten over de verschillende helden, hoe ze er uit zien en waar en wanneer ze de figuren hebben gezien. De kinderen gebruiken daarbij begrippen als “Toen ik een baby was”.

Doordat ze dit allemaal een interessant onderwerp vinden, ontstaat er een levendig gesprek met opvallend veel abstracte woorden en begrippen.

Bron: H. Ishiguro, 2007
084

Veel van de communicatie tussen de leidster en de kinderen aan tafel gaat over het eten zelf. Maar leidsters kunnen ook inspringen op spontane gesprekjes van de kinderen met elkaar over baby’s in hun moeders buik, vakanties, oma’s en opa’s. Peuters leren steeds beter om te praten over onderwerpen die niet hier en nu aanwezig zijn. Deze manier van converseren vormt een basis voor verdere taal- en denkontwikkeling.

Cognitieve vaardigheden

Terloops wordt er tijdens het eten ook veel geleerd over de wereld. De leidsters leggen aan de baby uit dat de pap op de grond stroomt als hij of zij de lepel omkeert. De kleuren worden benoemd bij het kiezen van een beker. Er wordt geteld bij het tafeldekken en neerzetten van de borden en bekers. Kinderen praten spontaan over wie het meeste melk heeft. En ze kiezen de ‘grootste’ of ‘kleinste’ boterham. De leidsters en kinderen zijn op een speelse manier bezig met ‘rekenen’ en kennis van de natuur.

Feesten en feestjes

Soms wordt het dagritme onderbroken voor een klein of groot feest, bijvoorbeeld een verjaardag of een zomerfeest. Bij feesten horen eigen rituelen. Belangrijk onderdeel daarvan is het eten en het drinken. Feestelijke rituelen versterken het gevoel van verbondenheid tussen de kinderen, de leidsters en de ouders.

085

Invoegen in het dagritme van de groep

Eten en drinken worden in toenemende mate een door de leidster geïnitieerde activiteit. Bij baby’s volgen de leidsters het voedingsschema van de individuele baby en de peuters volgen het dagschema van de leidsters.

Baby’s

Als baby’s naar het kinderdagverblijf komen, hebben zij met hun ouders een patroon opgebouwd van drinken, slapen en wakker zijn. Vasthouden aan dit schema geeft de baby’s en hun ouders naast alle nieuwe ervaringen, een gevoel van veiligheid en vertrouwdheid.

Uit onderzoek (van Sleuwen 2007) blijkt dat jonge baby’s die veel huilen, baat hebben bij voorspelbare regelmaat. Het aanbrengen van regelmaat en een eenduidige omgang blijkt zeer efficiënt te zijn om het huilen te doen verminderen. Aansluitend aan het wakker worden wordt de baby gevoed, even samen knuffelen, een spelletje samen, dan even alleen spelen en bij de eerste tekenen van vermoeidheid (gapen, bleek worden, wegkijken, drukker worden, jengelen) gaat de baby weer naar bed om te slapen. Doordat hij meteen na het wakker gevoed wordt, zal de baby alert en lekker uitgeslapen zijn als hij drinkt. Als een baby de fles krijgt als het al een tijdje wakker is, loop je het risico dat hij al wat vermoeid is en daardoor tijdens het drinken in slaap valt, waardoor hij minder drinkt. Dat heeft weer tot gevolg dat hij van de trek eerder wakker wordt. Het ritme raakt dan makkelijk verstoord.
Met veel flexibiliteit en een uitstekende samenwerking tussen de leidsters kan aan de behoeftes van deze baby’s tegemoet worden gekomen. Hierdoor vermindert de onrust en het huilgedrag van de baby.

De meeste baby’s hebben er weinig problemen mee als er enigszins wordt geschoven met hun voedingstijden. Het geven van de fles aan deze baby’s kan enigszins worden gepland, waardoor het niet samenvalt met drukke momenten op de groep en de baby op een rustige manier de fles kan krijgen. Voor het schuiven met flessentijden is altijd overleg met ouders nodig.

Dreumesen en peuters

Ook voor de kinderen die aan tafel kunnen eten, is het belangrijk om in te spelen op de eigen behoeftes en mogelijkheden. Voor dreumesen is de overgang naar gezamenlijk eten een hele stap. Kinderen moeten er aan wennen om met andere kinderen aan tafel te zitten. Door tijdig aan te kondigen dat er gegeten gaat worden, helpen leidsters de kinderen bij het omschakelen.

Het is vaak rustiger voor een dreumes om eerst te leren om met een klein groepje van een of twee andere kinderen samen te eten. Doordat leidsters dan meer gericht kunnen zijn op het individuele kind, loopt het eten meestal vlotter voor kinderen en leidsters. Sommige dreumesen of jonge peuters zijn rond etenstijd zo moe, dat ze beter eerst naar bed kunnen worden gebracht en hun boterhammetjes opeten na het wakker worden.

Gezamenlijke eet- en drinkmomenten vragen van de kinderen dat ze enige tijd blijven zitten. Dreumesen en peuters zijn sterk op beweging gericht, rustig zitten is voor hen een behoorlijke opgave. Leidsters doen er daarom verstandig aan om te zorgen dat de kinderen voor en na het eten even lekker kunnen bewegen: even naar buiten, een renspelletje in de gang of samen de stoelen op hun plaats tillen.

Samenwerken met ouders

In het intakegesprek wordt overlegd over de eetgewoontes thuis, religieuze en culturele verschillen in voeding. Met ouders wordt het beleid ten aanzien van voeding doorgesproken. Bijvoorbeeld het beleid voor traktaties bij verjaardagen en feesten. Zonodig bespreken ouders en kindercentrum hoe wordt omgegaan met dieetvoorschriften (allergieën) en medicijnen.

Infomuur

Informatie over voedingsschema’s op een leuke en overzichtelijke manier bijeengebracht. 
Foto: Ruben Keestra - 086

Met ouders van baby’s worden heldere afspraken worden gemaakt over de voedingsschema’s en eventuele aanpassingen daarvan. Zonodig wordt regelmatig informatie uitgewisseld over het eetgedrag van een kind. Ouders en pedagogisch medewerkers geven elkaar waar mogelijk tips en adviezen.

Er kunnen verschillen van opvatting bestaan over de hoeveelheid die een kind moet eten. Dit wordt besproken met de betreffende ouders. Een ouderavond over voeding is een goede gelegenheid om het (pedagogisch) beleid ten aanzien van voeding te bespreken en te proberen de aanpak van de ouders en die van het kinderdagverblijf op elkaar af te stemmen.

Observeren en plannen

Observeren

Om goed in te kunnen spelen op de kinderen, is het belangrijk om goed naar de groep en de kinderen te kijken. Invalshoeken zijn:

Het eetgedrag van de kinderen observeren

Eet en drinkt het kind met plezier, voldoende, heeft het duidelijke voor- en afkeuren, eet het gevarieerd, vraagt het vaak tussendoor om eten en drinken, kauwt het kind goed.

Veiligheid en welbevinden tijdens het eten en drinken

Is de baby ontspannen, merk je aan het gedrag van de kinderen (kijken, lachen, praten) dat ze zich prettig voelen, maken de kinderen onderling contact, doen de kinderen mee met liedjes en gesprekjes met de leidsters, zijn er kinderen die steeds afzijdig blijven, raken kinderen minder betrokken naarmate ze langer aan tafel zitten, vertonen kinderen tekenen van vermoeidheid of van lichamelijke onrust.

Observeren van de behoeften van de kinderen om te leren

Door gericht naar de kinderen te kijken, kunnen leidsters zien op welke ontwikkelingsbehoeften van de kinderen ze kunnen inspelen op het gebied van zelfredzaamheid, volgen van regels, sociale en cognitieve vaardigheden.

Plannen

Zoals uit dit hoofdstuk blijkt, zitten er veel pedagogische kanten aan het eten en drinken op de groep. Daarom is het belangrijk om in pedagogische overleggen regelmatig stil te staan bij de eetsituatie. Past de manier waarop het eten en drinken is georganiseerd, nog bij de pedagogische keuzes die binnen het kindercentrum worden gemaakt? Waar willen wij de nadruk op leggen:

  • Tijd en geduld voor intiem contact met individuele kinderen?
  • Leren van vaardigheden voor zelfredzaamheid?
  • Gezelligheid en sociale vaardigheden?
  • Ordelijk verloop en duidelijke regels?

Belangrijk is ook de afgesproken taakverdeling. Met een goede voorbereiding is het meestal mogelijk dat minstens een leidster vooral op de kinderen gericht is, terwijl de ander zich met de eet- en drinkvoorziening bezighoudt. Dit geeft rust en duidelijkheid voor de kinderen en de leidsters.

Taakverdeling
Foto: Ruben Keestra - 087

Ook kunnen de pedagogisch medewerkers afspreken dat een van hen met de kleintjes van tafel gaat om ze te verschonen of naar bed te brengen. De grotere kinderen blijven met de andere medewerker nog even aan tafel zitten. Dat geeft extra rust om zelf je brood te smeren en om samen te praten.

Het eten en drinken kan ook een plaats krijgen bij het werken binnen een thema of project. De verbinding van de Sinterklaasviering met wortels en hooi als voedsel voor dieren en/of mensen en het bakken van pepernoten met de daarbij horende geur is overduidelijk. Bij het thema “kleuren” worden allerlei soorten fruit aangeboden en bestudeerd en wordt als extraatje een pakje gekleurde hagelslag aangeschaft en door de kinderen op kleur onderzocht. Tijdens het project “winkels” is er een marktstal ingericht waar de kinderen het fruit van de dag mogen komen 'kopen'. Met creativiteit zijn voor alle thema’s activiteiten te bedenken rond het eten en drinken.

 

Meedenkgroep
Anja Booi - Pedagoog MAX kinderopvang
Inez van Deudekom - Pedagogisch medewerker KION
Mienke Wildschut - Inhoudelijke staf Dak kindercentra
Marjon Woudboer - Pedagoog 2samen
Tineke van Dam - Pedagogisch medewerker SKN
Monique Altelaar - Pedagogisch medewerker SKN

U kunt ook het complete curriculum in één keer downloaden van deze pagina.
Wilt u reageren op deze tekst? Kom naar het discussieforum.
Wilt u op de hoogte gehouden worden van belangrijke aanpassingen in de tekst? Schrijf dan in voor de email nieuwsbrief.

Terug naar het begin van deze pagina.



© 2008 Projectgroep Pedagogiek Kindercentra 0-4 jaar, Nederlands Curriculum, Elly Singer & Loes Kleerekoper.
Een initiatief van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang. De volledige tekst is beschikbaar op www.curriculumkinderopvang.nl
Versie: zaterdag 19 mei 2012.